Geen afschrift belastingaanslag aan gemachtigde toesturen leidt tot verschoonbare termijnoverschrijding bezwaar
8 september 2026
De bezwaartermijn is een fatale termijn. Als in beginsel niet binnen de 6 weken bezwaar wordt gemaakt, dan kan de inspecteur het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is wat gebeurde in deze zaak bij Rechtbank Den Haag. [1]
De feiten
De inspecteur heeft de belastingplichtige eind november 2024 geïnformeerd om een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2019 op te leggen. Gedurende die periode heeft de inspecteur veelvuldig contact gehad met de adviseur van de belastingplichtige. Begin december 2024 was de navorderingsaanslag nog niet ontvangen, dus mailde de adviseur naar de inspecteur met een verzoek om een afschrift van de navorderingsaanslag naar hem toe te sturen.
De aanslag is vervolgens op 21 december 2024 opgelegd, maar niet ontvangen door de belastingplichtige. Op 5 februari 2025 ontvangt de belastingplichtige wel een betalingsherinnering. Naar aanleiding hiervan wordt bezwaar gemaakt op 14 maart 2025. De inspecteur verklaart dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
Bezwaartermijn en verschoonbare termijnoverschrijding
De rechtbank overweegt dat de bezwaartermijn 6 weken is. Die termijn vangt aan op de dag na de dagtekening van de belastingaanslag (art. 22j AWR). Een bezwaarschrift is tijdig ingediend als het voor het einde van de termijn voor de Belastingdienst is ontvangen (art. 6:9 Awb). Als de te late indiening van het bezwaarschrift niet aan e belastingplichtige toe te rekenen is, dan blijft niet-ontvankelijk verklaring achterwege.
Het is een feit dat het bezwaar buiten de 6 weken termijn is ingediend. De vraag is of de termijnoverschrijding verschoonbaar is? De belastingplichtige betwist de ontvangst van de navorderingsaanslag, dus de inspecteur moet aannemelijk maken dat de aanslag op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. Uit het verzendrapport volgt dat de aanlag naar het adres van de BV is gestuurd.
De overschrijding van de bezwaartermijn is verschoonbaar
Er is geen bepaling die de inspecteur verplicht om de aanslag ook aan de gemachtigde te sturen. Maar de rechtbank overweegt:
“Een bestuursorgaan dat, wetend dat een gemachtigde is aangesteld, bepaalde stukken niet (tevens) aan deze gemachtigde doet toekomen, kan daarom in strijd met het beginsel van een zorgvuldige voorbereiding handelen (…). Veel zal van de omstandigheden afhangen. Zowel de aard van de contacten als de bedoeling van belanghebbende zijn factoren die hierbij een rol kunnen spelen.” [2]
Gelet op de uitgebreide correspondentie tussen de inspecteur en de adviseur, en omdat is gevraagd om een afschrift van de aanslag, had het volgens de rechtbank op de weg van de inspecteur gelegen om een afschrift aan de adviseur te sturen. Onder verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad oordeelt de rechtbank dat niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar achterwege moet blijven.
Tot slot
De belastingplichtige had verzocht om de zaak niet terug te wijzen naar de inspecteur. Hier zijn geen redenen voor aangevoerd, dus de rechtbank gaat daaraan voorbij en wijst de zaak terug naar de inspecteur. De inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.
———————————————
[1] Rechtbank Den Haag 17 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19822.
[2] Kamerstukken II 1988/89, 21 221, nr. 3, p, 49.


