Kort geding Belastingdienst: belastingadviespraktijk moet stukken verstrekken

22 september 2026

In een zaak bij Rechtbank Limburg speelde een kort geding dat de Belastingdienst. had aangespannen jegens een belastingadvieskantoor, om zo medewerking te bewerkstelligen [1].

De feiten

De Belastingdienst verrichtte een boekenonderzoek naar ondernemingen die een administratie- en belastingadviespraktijk dreef. Het onderzoek zag op de aanvaardbaarheid van de aangiften inkomstenbelasting, omzetbelasting, vennootschapsbelasting en loonbelasting. Op 11 december 2025 is om de informatie hiervoor verzocht, waarna desgevraagd uitstel is verleend tot eind februari 2026. Nadien verzochten de ondernemingen om eerst de selectiebeslissing 66a AWR te overleggen, inzage te geven in de AVG-logging en een informatiebeschikking op te leggen. De Belastingdienst was het daar niet mee eens. Begin juni is vervolgens een laatste kans gegeven om de verzochte informatie te verstrekken. Een deel van de informatie is daarna verstrekt, maar nog niet alle informatie. 

De informatieverplichting en afdwinging via een kort geding

De Belastingdienst heeft op grond van artikel 47 AWR de bevoegdheid om informatie op te vragen die van belang kan zijn voor de belastingheffing. Die verplichting rust op eenieder. Als de inspecteur verzoekt om informatie (‘desgevraagd’) dan geldt in beginsel dat de gevraagde medewerking moet worden geleverd. Op grond van artikel 53 AWR rust op administratieplichtigen ook de verplichting om informatie te verstrekken ten behoeve van de belastingheffing van derden. Dat is het juridische kader dat de rechtbank schetst in dit kort geding. 

De inspecteur kan bij niet nakoming van artikel 47 AWR ervoor kiezen om een informatiebeschikking te nemen (artikel 52a AWR). Dat wilde de inspecteur niet in deze casus. De inspecteur heeft ook de mogelijkheid om een civiele procedure te starten om op straffe van een dwangsom nakoming te eisen (artikel 52a, lid 4 AWR). Dat is de route waarvoor de inspecteur in deze zaak heeft gekozen. 

De inspecteur mag kiezen tussen een informatiebeschikking of een civiele procedure, of allebei

De rechtbank verwijst naar rechtspraak van de Hoge Raad, waarin is overwogen dat een belastingplichtige in een civielrechtelijk kort geding onder last van een dwangsom kan worden gedwongen al het materiaal te verstrekken dat van belang kan zijn voor de belastingheffing (ongeacht of het wilsafhankelijk of wilsonafhankelijk is, maar wilsafhankelijk materiaal mag alleen voor de belastingheffing worden gebruikt en niet voor beboeting). Als niet aan het bevel wordt voldaan, verbeurt de belastingplichtige de dwangsom. Dit arrest uit 2013 is herhaald in een arrest uit 2015.

De rechter overweegt dat de inspecteur heeft verzocht om concrete gegevens en heeft gesteld welke informatie nog ontbreekt. Dit is door de belastingplichtigen niet weersproken. De rechtbank wijst derhalve de vordering van de inspecteur toe.

Tot slot

De rechtbank komt tot toewijzing van de vordering van de inspecteur en veroordeelt de belastingplichtigen, ieder afzonderlijk, tot betaling van een dwangsom van € 5.000 per dag (met een maximum van € 500.000) voor iedere dag/gedeelte ervan dat de verzochte informatie niet wordt verstrekt na 14 dagen na dit vonnis.

———————————————

[1] Rechtbank Limburg 9 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9514.

Door deze website te gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Cookies worden gebruikt om jou een goede ervaring te bieden en de website effectief te laten werken.