Schending verdedigingsbeginsel bij automatisch opgelegde verzuimboete bij naheffingsaanslag omzetbelasting
29 september 2026
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde over het verdedigingsbeginsel bij een automatisch opgelegde verzuimboete bij een naheffingsaanslag omzetbelasting [1].
De feiten
De Belastingdienst heeft aan een belastingplichtige een ambtshalve aanslag omzetbelasting opgelegd, met daarbij een betaalverzuimboete en een aangifteverzuimboete. De belastingplichtige heeft in reactie daarop een nihilaangifte omzetbelasting ingediend. Als gevolg hiervan zijn de naheffingsaanslag omzetbelasting en de betaalverzuimboete vernietigd. De belastingplichtige heeft bezwaar gemaakt tegen de aangifteverzuimboete van € 68.
Schending Unierechtelijk verdedigingsbeginsel
De belastingplichtige stelde dat het Unierechtelijk verdedigingsbeginsel is geschonden, en heeft (onbetwist) gesteld dat hij voorafgaand aan het opleggen van de naheffingsaanslag omzetbelasting en de boetes niet in de gelegenheid is geweest om daarop te reageren.
Ter zitting heeft de inspecteur bevestigd dat bij het opleggen van een (geautomatiseerde) verzuimboete geen vooraankondiging wordt gestuurd, omdat het systeem van de Belastingdienst daar niet op is ingericht. De Belastingdienst heeft ook niet voldoende middelen om het proces anders in te richten.
Beperkingen in de systemen van de Belastingdienst zijn geen rechtvaardiging voor geen kennisgeving vooraf bij een verzuimboete
De rechtbank oordeelt dat het Unierechtelijk verdedigingsbeginsel is geschonden, omdat de belastingplichtige voorafgaand aan de boeteoplegging niet in de gelegenheid is geweest om hierop te reageren. De reactie van de inspecteur over de systemen van de Belastingdienst is volgens de rechtbank geen rechtvaardiging hiervoor. Een schending van het Unierechtelijk verdedigingsbeginsel leidt alleen tot vernietiging als de besluitvorming van de inspecteur zonder die schending een andere uitkomst zou kunnen hebben gehad. Nu de naheffingsaanslag en betaalverzuimboete zijn vernietigd, oordeelt de rechtbank dat een andere afloop niet onmogelijk was. Dus de aangifteverzuimboete moet worden vernietigd.
Tot slot
De rechtbank oordeelt ook nog over het verzoek om immateriële schadevergoeding. Nu het financiële belang lager is dan € 1.000, volstaat de rechtbank met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden.
———————————————
[1] Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8787.


