Immateriële schadevergoeding voor overschrijding redelijke termijn als geschil al is beslecht?

ANNOTATIE NTFR 2023/1643

28 september 2023

Wanneer een juridische procedure langer duurt dan redelijk is, kan dit leiden tot frustratie en spanning voor de belastingplichtige. Wat als ‘redelijk’ wordt beschouwd, is nader geduid in de rechtspraak. Op grond van die rechtspraak kan een belastingplichtige een immateriële schadevergoeding krijgen bij een overschrijding van de redelijke termijn. Recentelijk heeft Hof Amsterdam een uitspraak gedaan over tot wanneer een belastingplichtige recht heeft op een immateriële schadevergoeding [1].

Wat speelde er in deze zaak?

De zaak draaide om een belastingplichtige die in hoger beroep was gegaan omdat hij het niet eens was met een beschikking die de inspecteur had opgelegd. In hoger beroep erkende de inspecteur dit en verlaagde vervolgens het verzamelinkomen van de belastingplichtige. Daarmee kwam de inspecteur volledig tegemoetkwam aan het bezwaar van de belastingplichtige in de hoofdzaak. De vraag die echter bleef spelen, was of de belastingplichtige recht had op een vergoeding voor de immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad eindigt de redelijke termijn op het moment dat de rechter uitspraak doet in de hoofdprocedure. Dat geldt ook als het geschil al eerder is beëindigd door een mededeling van de inspecteur, zoals in deze zaak. Het hof oordeelde dat de redelijke termijn in dit geval slechts met vijf maanden was overschreden. Dit resulteerde in een vergoeding van € 500 voor de immateriële schade die de belastingplichtige door de overschrijding van de redelijke termijn heeft geleden.

De redelijke termijn: wanneer eindigt deze?

De Hoge Raad heeft in 2016 [2] duidelijkheid gegeven over de compensatie bij overschrijding van de redelijke termijn. Deze schadevergoeding wordt toegekend voor de spanning en frustratie die een belastingplichtige kan ervaren als de procedure te lang duurt. ‘Te lang’ is in dit geval langer dan 2 jaar. Voor de bezwaar en beroepsfase gezamenlijk geldt een redelijke termijn van 2 jaar en in hoger beroep geldt ook een redelijke termijn van 2 jaar.

In dit arrest uit 2016 heeft de Hoge Raad ook geoordeeld dat: “De in aanmerking te nemen termijn eindigt op het moment waarop de rechter uitspraak doet in de procedure met betrekking tot het geschil dat de belastingplichtige en de inspecteur verdeeld houdt (de hoofdzaak).”

Een arrest van de Hoge Raad uit 2022 [3] bevestigt dat ook als een procedure is beëindigd zonder rechterlijke uitspraak, bijvoorbeeld door een kennisgeving van de inspecteur, de redelijke termijn op dat moment eindigt.

In deze zaak had het hof geoordeeld dat de redelijke termijn eindigde op het moment dat de inspecteur tegemoet kwam aan het standpunt van de belastingplichtige. De spanning en frustratie eindigt dan, waardoor de redelijke termijn op dat moment eindigt. Dit is in lijn met de rechtspraak van de Hoge Raad.

Proceskostenvergoeding in hoger beroep

Naast de vergoeding voor immateriële schade, heeft het hof ook een proceskostenvergoeding toegekend aan de belastingplichtige. In hoger beroep is de inspecteur veroordeeld tot een vergoeding van €3.103. Dit bedrag is lager uitgevallen dan gebruikelijk is bij de vergoeding van proceskosten, aangezien het hof heeft geoordeeld dat het hoger beroep vooral draaide om formele verweren. Daarom werd de zogenoemde ‘gewichtsfactor’ toegepast van 0,5 (in plaats van 1).

Wat betekent dit voor u?

Deze uitspraak is een bevestiging van de bestaande lijn in de rechtspraak. Een belastingplichtige kan een vergoeding voor immateriële schade krijgen als de zaak niet binnen de redelijke termijn wordt behandeld. Als uw zaak langer duurt dan redelijk is, kan het verstandig zijn om te onderzoeken of u recht heeft op een immateriële schadevergoeding. Demandt Advocatuur staat voor u klaar om uw zaak te beoordelen en u hierbij te kunnen helpen.

Heeft u vragen over uw belastinggeschil of wilt u weten of u aanspraak kunt maken op een immateriële schadevergoeding? Neem dan contact met kantoor op. Ik help u graag verder.

Wilt u meer hierover weten? Lees dan mijn annotatie bij deze uitspraak via NTFR 2023/1643.

————————————————————————————————————————————————————————————-

[1] Hof Amsterdam 12 juli 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1989.

[2] Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252.

[3] HR 2 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1128.

Door deze website te gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Cookies worden gebruikt om jou een goede ervaring te bieden en de website effectief te laten werken.