Vertrouwen ontlenen aan een facebook-bericht van de Minister van Financiën over de invordering op Curaçao?

ANNOTATIE NTFR 2025/372

11 maart 2025

In augustus 2023 oordeelde het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba over het vertrouwensbeginsel ten aanzien van de buiten invorderingstelling van belastingschulden op Curaçao over de jaren 2017 en ouder [1]. De procureur-generaal is voornemens om een vordering tot cassatie in belang der wet in te stellen.

Cassatie in belang der wet

Cassatie in belang der wet kan worden ingesteld als het nodig is om antwoord te krijgen op een rechtsvraag in het belang van rechtseenheid en rechtsontwikkeling en die vraag niet (tijdig) via een ‘gewoon’ cassatieberoep aan de Hoge Raad kan worden voorgelegd (art. 78, lid 1 RO en website www.hogeraad.nl > bijzondere taken > cassatie in belang der wet). Op de website van de Hoge Raad is een pdf-bestand gepubliceerd met een overzicht van de ingediende vorderingen tot cassatie in belang der wet en een overzicht met voornemens tot het instellen van cassatie in belang der wet. Over dit laatste gaat deze annotatie. De P-G is voornemens cassatie in belang der wet in te stellen op fiscaal vlak, ten aanzien van Curaçao vanwege een Facebook-bericht van de Minister van Financiën over het buiten invorderingstelling van oude belastingschulden.

Voornemen instellen cassatie in belang der wet

Het voornemen tot het indienen van de vordering tot cassatie in belang der wet van de procureur-generaal is gericht tegen twee uitspraken van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie [2]. In die uitspraken gaat het over een Facebook-bericht van de Minister van Financiën, waarin is opgenomen dat oude belastingschulden op Curaçao over de jaren 2017 en ouder niet meer worden ingevorderd. Dit Facebook-bericht is later genuanceerd, in die zin dat er 3 uitzonderingen hierop zijn geformuleerd. De vraag is dan: kan een belastingplichtige vertrouwen ontlenen aan een Facebook-bericht?

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft geoordeeld dat de belastingplichtige geen belang heeft bij de belastingprocedure, omdat zij vertrouwen mocht ontlenen aan het Facebook-bericht dat de belastingschulden niet meer zouden worden ingevorderd. Door dit geslaagde beroep op het vertrouwensbeginsel is er geen belang meer bij deze zaak en wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie komt daardoor niet aan een inhoudelijke behandeling toe.

Vertrouwen ontlenen aan een Facebook-bericht over de invordering?

In deze uitspraak zitten een aantal interessante, maar tevens ingewikkelde punten. Want de zaak speelt bij de belastingrechter, terwijl de belastingrechter in de regel bevoegd is te oordelen over de heffing en (in beginsel) niet over de invordering. In deze zaak oordeelt de belastingrechter wel over de invordering. Maar had de belastingplichtige zich niet tot de civiele rechter moeten wenden hiervoor? 

En hoe zit het met het hebben van ‘belang’ bij een procedure? Nu is geoordeeld dat de belastingplichtige mocht vertrouwen op het Facebook-bericht, is er geen belang bij de procedure, aldus het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. Maar de ontvanger kan wel nog invorderen. Dus dan heeft de belastingplichtige toch juist wel een belang?

Tot slot

Voor het NTFR schreef ik over dit voornemen van de procureur-generaal tot het instellen van cassatie in belang der wet een annotatie. In die annotatie ga ik in op de hiervoor genoemde punten.

Meer weten?

De annotatie is te vinden via NTFR 2025/372.

———————————————————

[1] Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 10 augustus 2023, ECLI:NL:OGHACMB:2023:147.

[2] Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 10 augustus 2023, ECLI:NL:OGHACMB:2023:147 en ECLI:NL:OGHACMB:2023:149.

Door deze website te gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Cookies worden gebruikt om jou een goede ervaring te bieden en de website effectief te laten werken.