Afwijzing procesafspraken in fiscale fraudezaak

24 maart 2026

In strafzaken kunnen tussen het Openbaar Ministerie en de verdachte zogeheten procesafspraken worden gemaakt. Het is vervolgens aan de rechtbank om te bepalen of die procesafspraken recht doen aan de strafzaak en de rechten van de verdachte zijn gewaarborgd. In een zaak bij Rechtbank Amsterdam werden de procesafspraken onlangs niet gevolgd [1].

De feiten ter zitting

Bijzonder in deze zaak is dat de gepubliceerde uitspraak een proces-verbaal betreft, waarin het verloop van de zitting is weergegeven. Hieruit volgt dat ter zitting de verdachte is verschenen en hij zich, zoals ook in de procesafspraken beschreven, beroept op het zwijgrecht. Daarbij geeft de verdachte aan dat hij achter de procesafspraken staat. Hij wil niets zeggen over de schuldeisers.

Het Openbaar Ministerie houdt het dossier voor, waarbij het o.a. gaat over de aangiften omzetbelasting in het jaar 2020. De aangiften voor 3 kwartalen zijn ingediend na een ambtshalve aanslag, zodat die door de Belastingdienst niet meer worden aangemerkt als aangifte maar als bezwaarschrift tegen de ambtshalve aanslag. Die aangiften zijn dan ook formeel niet ingediend. Volgens het Openbaar Ministerie zijn de aangiften te laat ingediend.

De hoogte van het fiscale nadeel

Uit het proces-verbaal volgt dat de rechtbank benieuwd is naar hoe de procesafspraken tot stand zijn gekomen. Daarbij is van belang dat in de procesafspraken wordt gesproken over een benadelingsbedrag van ruim € 600.000, terwijl in totaal circa € 1,2 miljoen uit de ondernemingen is onttrokken. Op grond van de LOVS past bij een benadelingsbedrag van ruim € 600.000 een gevangenisstraf van 18-20 maanden. De verdachte zou eerder betrokken zijn geweest bij fraude, maar daar wil de verdachte niets over zeggen. In de procesafspraken is overeengekomen dat er een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd van 2 maanden. Het Openbaar Ministerie heeft desgevraagd aangegeven dat als er geen procesafspraken zouden zijn gemaakt, ter zitting een gevangenisstraf van 6 maanden zou zijn geëist. 

De verdediging heeft verzocht om die gevangenisstraf om te zetten in elektronisch toezicht door middel van een enkelband, ondanks dat die mogelijkheid in het huidige Wetboek van Strafrecht niet bestaat. Het Openbaar Ministerie vat dit verzoek op als overeenstemming over de procesafspraken, maar met een verzoek aan de rechtbank voor de executiefase.

De inspecteur heeft een onaanvaardbare korte termijn gegeven voor een hoorgesprek in de bezwaarfase

Het oordeel van de rechtbank over de procesafspraken

De rechtbank is van oordeel dat de procesafspraken geen recht doen aan de overgelegde bewijsmiddelen in de zaak. De voorgestelde strafmaat is op voorhand ook niet passend bij de voorgestelde bewezenverklaring. Ook is er geen volledige overeenstemming tussen de verdachte en het Openbaar Ministerie over de bewezenverklaring, kwalificatie en strafmaat. Om die reden zal de rechtbank de zaak aanhouden en verwijzen naar een andere zittingscombinatie, om de zaak alsnog inhoudelijk te behandelen. Maar het staat het Openbaar Ministerie en de verdachte vrij opnieuw in overleg te treden over procesafspraken, dit aan te vullen en te wijzigen en aan de nieuwe zittingscombinatie voor te leggen.

——————————

[1] Rechtbank Amsterdam 29 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1235.

Door deze website te gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Cookies worden gebruikt om jou een goede ervaring te bieden en de website effectief te laten werken.