Hoge Raad: termijn van paar dagen voor hoorgesprek in bezwaarfase is te kort
18 november 2025
In de bezwaarfase heeft een belastingplichtige het recht om te worden gehoord. De inspecteur dient de belastingplichtige daarvoor uit te nodigen. De Hoge Raad oordeelde dat een termijn van een paar dagen voor een hoorgesprek te kort dag is [1].
Een hoorgesprek in de bezwaarfase
Als een belastingplichtige het bijvoorbeeld niet met een belastingaanslag eens is, kan hij daartegen bezwaar maken. In de bezwaarfase heeft de belastingplichtige het recht om te worden gehoord (“hoor en wederhoor”). Op grond van artikel 7:2 Awb dient de inspecteur voordat hij op het bezwaar beslist, de belastingplichtige daartoe in de gelegenheid te stellen. In de belastingwet is hierop een uitzondering gemaakt: de belastingplichtige moet zelf verzoeken om een uitnodiging om te worden gehoord (artikel 25 AWR). Vervolgens is hierop weer een uitzondering gemaakt in het Besluit Fiscaal Bestuursrecht. Daarin is in § 9 opgenomen dat het initiatief (weer terug) bij de inspecteur ligt. Kort gesteld: de inspecteur moet (in beginsel) de belastingplichtige uitnodigen voor een zogeheten hoorgesprek.
De feiten van de zaak
Aan de belastingplichtige was een aanslag IB 2018 opgelegd, waartegen op 18 augustus 2021 bezwaar is gemaakt. Daarop heeft de inspecteur op 12 april 2022 een vooraankondiging van de uitspraak op bezwaar aan de belastingplichtige gestuurd, met daarin de de vermelding dat de belastingplichtige gebruik kan maken van het recht te worden gehoord. De belastingplichtige heeft aangegeven daarvan gebruik te willen maken.
Omdat het te lang duurde voordat de inspecteur uitspraak op bezwaar deed, is de belastingplichtige in beroep gegaan bij de rechtbank wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift. De rechtbank had dit beroep op 20 juli 2022 gegrond verklaard en de inspecteur opgedragen vóór 5 augustus 2022 uitspraak op bezwaar te doen, op straffe van een dwangsom.
Bij brief van 22 juli 2022 had de inspecteur het op 28 juli 2022 geplande hoorgesprek geannuleerd, omdat hij in afwachting was van informatie voor afhandeling van het bezwaar en het op dat moment niet opportuun vond om het hoorgesprek te voeren.
Daarna heeft de inspecteur telefonisch contact gezocht met de belastingplichtige, maar tevergeefs. Per brief van 28 juli heeft hij de belastingplichtige uitgenodigd voor een hoorgesprek op 1 of 2 augustus 2022. Daarop heeft de belastingplichtige niet gereageerd, waarna uitspraak op bezwaar is gedaan op 4 augustus 2022.
De inspecteur heeft een onaanvaardbare korte termijn gegeven voor een hoorgesprek in de bezwaarfase
Oordeel van de Hoge Raad: termijn hoorgesprek is te kort
In hoger beroep klaagde de belastingplichtige dat de hoorplicht uit artikel 7:2 Awb is geschonden. Het hof oordeelde dat er geen sprake was van een schending. De Hoge Raad ziet dit echter anders.
De inspecteur heeft volgens de Hoge Raad een “onaanvaardbaar korte termijn gesteld” om te worden gehoord. Daarmee is aan de belastingplichtige onvoldoende gelegenheid geboden om te worden gehoord in de bezwaarfase. Door uitspraak op bezwaar te doen voordat de belastingplichtige is gehoord, wordt de hoorplicht uit artikel 7:2 Awb miskend. Daaraan doet niet af dat de belastingplichtige in de gelegenheid was geweest om zich voor te bereiden op eerder geplande, maar door de inspecteur geannuleerde hoorgesprek op 28 juli 2022. Ook doet daaraan niet af dat de rechtbank de inspecteur had opgedragen, op straffe van een dwangsom, om voor 5 augustus 2022 uitspraak te doen.
Tot slot
De Hoge Raad oordeelt dat de uitspraak van het hof niet in stand kan blijven en doet de zaak af. De inspecteur moet alsnog toepassing geven aan het bepaalde in artikel 7:2 Awb (het hoorgesprek). De Hoge Raad vernietigt dus de uitspraak van het hof, de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar van de inspecteur. De inspecteur wordt daarom opgedragen om opnieuw uitspraak op bezwaar te doen.
——————————
[1] Hoge Raad 17 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1473.


