Hoge Raad: alleen de aangifteplichtige kan als pleger strafrechtelijk worden vervolgd

ANNOTATIE NLF 2026/0672

14 april 2026

Wie mag strafrechtelijk worden vervolgd voor het opzettelijk (niet) doen van een onjuiste of onvolledige aangifte? Daarover oordeelde de Hoge Raad – opnieuw – in het arrest van 24 maart 2026 [1].

Feiten in de zaak

De verdachte is een natuurlijke persoon die door het hof is veroordeeld wegens het ‘opzettelijk bij de belastingwet voorziene aangifte niet doen’ (feit 1) en het feitelijk leidinggeven aan het niet voeren van een administratie (feit 2). In cassatie wordt erover geklaagd dat de natuurlijke persoon is veroordeeld bij feit 1 voor het als pleger opzettelijk niet doen van een belastingaangifte, terwijl hij niet de hoedanigheid (of: kwaliteit) van aangifteplichtige heeft. 

De aangifteplicht kan slechts worden vastgesteld bij degene die tot het doen van aangifte is uitgenodigd

Oordeel Hoge Raad

De uitkomst van dit arrest is weinig verrassend. De Hoge Raad heeft namelijk al eerder geoordeeld dat artikel 69 AWR een zogeheten kwaliteitsdelict is. Dat houdt in dat als pleger diegene moet worden aangemerkt die gehouden is tot het doen van aangifte. Daarvoor is een uitnodiging tot het doen van aangifte vereist. In dit specifieke geval was de BV degene die was uitgenodigd tot het doen van aangifte en heeft de BV de hoedanigheid van aangifteplichtige. De BV kan dan wel als pleger worden veroordeeld, maar niet de natuurlijke persoon.

Hierbij verwijst de Hoge Raad nogmaals naar de artikelen 47 t/m 51 uit het Wetboek van Strafrecht. Daarin zijn andere deelnemingsvormen opgenomen, zoals medepleger of medeplichtige, of feitelijk leidinggever. In die hoedanigheid zou de natuurlijke persoon mogelijk wel strafrechtelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld.

Tot slot

Voor NLFiscaal schreef ik een annotatie bij dit arrest (te vinden via NLF 2026/0672). Daarin benoem ik de punten die mij zijn opgevallen aan dit arrest. Het arrest bevat weinig nieuws, omdat al bekend was dat alleen de aangifteplichtige de hoedanigheid van pleger zou kunnen hebben. Het komt neer op de wijze van ten laste leggen door het Openbaar Ministerie, die over voldoende mogelijkheden om iemand anders als pleger strafrechtelijk aansprakelijk te stellen.

———————————————

[1] Hoge Raad 24 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:424.

Door deze website te gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Cookies worden gebruikt om jou een goede ervaring te bieden en de website effectief te laten werken.