Hoge Raad: geen schending una via-beginsel omdat aansprakelijkheidstelling boete ziet op ander tijdvak dan de strafvervolging

ANNOTATIE NTFR 2026/645

21 april 2026

Op grond van het ne bis in idem-beginsel mag niemand niet twee keer worden vervolgd voor hetzelfde feit.  Het una via-beginsel bepaalt dat er 1 weg moet worden gekozen. De Hoge Raad oordeelde op 10 april 2026 over een aansprakelijkheidstelling en strafvervolging, waarbij de vraag voorlag of het una via-beginsel was geschonden? [1]

Feiten in de zaak

De Belastingdienst heeft een boekenonderzoek ingesteld, waarna de inspecteur aan de BV naheffingsaanslagen loonheffing heeft opgelegd. Daarbij is over het jaar 2013 ook een vergrijpboete opgelegd. De BV heeft de naheffingsaanslagen, vergrijpboete en rente niet betaald. Daarom heeft de Ontvanger de bestuurder van de BV aansprakelijk gesteld.

Daarnaast is de bestuurder van de BV als feitelijk leidinggever strafrechtelijk veroordeeld voor het onjuist of onvolledig doen van belastingaangiften loonheffing over de tijdvakken januari 2011 t/m 2012, in de pleegperiode 4 april 2011 tot en met 24 januari 2013.

De strafrechtelijke veroordeling ziet op een ander tijdvak dan de aansprakelijkheidstelling voor de fiscale boete

Hof: schending una via-beginsel

Het hof heeft geoordeeld dat de bestuurder wegens aansprakelijkheidstelling voor de boete (artikel 67f AWR) die aan de BV was opgelegd en de strafvervolging dubbel wordt gestraft. Het gaat namelijk om materieel dezelfde delictsomschrijving. Steun voor deze opvatting vindt het hof in de omstandigheden dat de Ontvanger het verwijt van grove schuld/opzet van de bestuurder onderbouwt met het strafvonnis waarin de bestuurder strafrechtelijk wordt veroordeeld voor overtreding van artikel 69 AWR. Daarom is het una via-beginsel uit artikel 5:44 Awb geschonden. Dat leidt ertoe dat het hof de aansprakelijkheidstelling voor de boete vernietigd [2].

Oordeel Hoge Raad: geen schending una via

De Hoge Raad is snel klaar in deze zaak. Zowel de belastingplichtige als de staatssecretaris had beroep in cassatie gesteld. Op het cassatieberoep van de staatssecretaris oordeelt de Hoge Raad dat het cassatiemiddel slaagt.

De staatssecretaris kon zich niet verenigen met het oordeel van het hof dat het una via-beginsel was geschonden. Zo werd gesteld dat de aansprakelijkheidstelling voor de boete ziet op het tijdvak 2013, terwijl de strafrechtelijke veroordeling ziet op de tijdvakken 2011 en 2012. De Hoge Raad oordeelt dat middel slaagt: “aangezien de strafrechtelijke veroordeling van belanghebbende ziet op andere aangiftetijdvakken dan waarop de vergrijpboete ziet waarvoor belanghebbende aansprakelijk is gesteld, gaat het om sancties voor verschillende gedragingen. Van schending van het una-viabeginsel kan daarom geen sprake zijn.”

Tot slot

Voor het NTFR schreef ik een annotatie bij dit arrest van de Hoge Raad. In de annotatie ga ik in op dit oordeel van de Hoge Raad. Het lijkt mij namelijk dat het hof een foutje heeft gemaakt, vermoedelijk doordat de pleegperiode wel het jaar 2013 bestrijkt. Het oordeel van de Hoge Raad is naar mijn idee juist. Toch zitten er interessante punten in de zaak (is sprake van dezelfde persoon? is sprake van hetzelfde feit?) waarop nu geen antwoord is gekomen. Mijn bevindingen hierover zijn te lezen in de annotatie (NTFR 2026/645).

———————————————

[1] Hoge Raad 10 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:586.

[2] Hof Arnhem-Leeuwarden 18 maart 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:1602.

Door deze website te gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Cookies worden gebruikt om jou een goede ervaring te bieden en de website effectief te laten werken.