Gebrekkige administratie leidt tot opzettelijk onjuist ingediende aangifte

ANNOTATIE NTFR 2024/1047

19 juni 2024

De Hoge Raad heeft op 8 april 2022 geoordeeld over de bewijsmaatstaf van de boete: de inspecteur moet het bewijs voor een beboetbaar feit overtuigend aantonen. In het arrest van 13 oktober 2023 oordeelde de Hoge Raad over een uitspraak van Hof Den Haag, met betrekking tot het bewijs dat sprake zou zijn van opzet bij de belastingplichtige. De Hoge Raad verwees de zaak naar Hof Amsterdam, die op 6 februari 2024 uitspraak deed (maar werd gepubliceerd op 22 mei 2024). Bij die uitspraak van Hof Amsterdam schreef ik voor het NTFR een annotatie.

Bewijsmaatstaf van de boete

Op 8 april 2022 oordeelde de Hoge Raad over de bewijsmaatstaf van de boete. De bewijslast daarvoor rust op de inspecteur. Op grond van art. 6 EVRM moet ook in geval van twijfel het voordeel van die twijfel aan de belastingplichtige worden gegund. Dat houdt in dat ‘de aanwezigheid van een bestanddeel van een beboetbaar feit alleen kan worden aangenomen als de daarvoor vereiste feiten en omstandigheden buiten redelijke twijfel zijn komen vast te staan’.  Dit houdt in dat de inspecteur moet ‘doen blijken’ ofwel ‘overtuigend aantonen’. Aannemelijk maken is hiervoor niet voldoende.

In dit arrest oordeelde de Hoge Raad ook dat ‘had behoren te weten’ niet voldoende is voor de vaststelling dat sprake is van voorwaardelijk opzet. Voor voorwaardelijk opzet is vereist dat iemand wetenschap had van de aanmerkelijke kans dat te weinig belasting zou worden geheven en die kans ook bewust is aanvaard (op de koop toe heeft genomen).

Het arrest van 13 oktober 2023

Aan dit arrest van de Hoge Raad van 13 oktober 2023 ligt een uitspraak van Hof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2021:2141) ten grondslag, waarin het hof heeft geoordeeld dat ‘aannemelijk is’ dat de belastingplichtige aanzienlijke inkomsten heeft genoten. Door deze inkomsten niet in de aangiften op te nemen, heeft hij willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat te weinig belasting zou worden geheven.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende duidelijk heeft gemaakt op grond van welke feiten en omstandigheden het heeft aangenomen dat sprake is van (voorwaardelijk) opzet en dan specifiek dat sprake is van de vereiste bewustheid bij de belastingplichtige. De enkele omstandigheid dat aanzienlijke inkomsten niet in de aangifte zijn opgenomen, kan niet de conclusie rechtvaardigen dat sprake is van (voorwaardelijk) opzet. Zonder nadere motivering is niet duidelijk waarom de belastingplichtige zich bewust is geweest van de aanmerkelijke kans dat de administratie en de daarop gebaseerde aangiften onjuist waren en dat hij die kans bovendien bewust heeft aanvaard.

De Hoge Raad verwijst de zaak naar Hof Amsterdam voor een nadere beoordeling van de vraag of de belastingplichtige het voor de boeten vereiste opzet heeft gehad.

Na verwijzing: sprake van opzet?

Na verwijzing oordeelt Hof Amsterdam op 6 februari 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:1355) over de vraag of sprake is van het vereiste opzet. Het hof oordeelt dat ‘voor het hanteren van een zo gebrekkige, oncontroleerbare inkoop- en kasadministratie, het Hof geen enkele andere plausibele verklaring ziet dan dat dit is gebeurd met het doel om stelselmatig omzet en winst buiten het zicht van de Belastingdienst te houden’. Het is volgens het hof ondenkbaar en volstrekt ongeloofwaardig dat de belastingplichtige niet heeft geweten dat de werkelijke kasontvangsten zeer aanzienlijk meer waren dan die volgens de administratie. Volgens het hof is daarom sprake van opzet.

Ik vraag me af of hiermee voldoende is onderbouwd dat sprake is van opzet. Voor opzet is willen en weten vereist. Naar mijn idee volstaat deze motivering van opzet niet. Dit heb ik uitgebreider gemotiveerd in de annotatie die ik schreef voor het NTFR.

Tot slot

Voor het tijdschrift NTFR schreef ik over de uitspraak van Hof Amsterdam van 6 februari 2024 (maar gepubliceerd op www.rechtspraak.nl op 22 mei 2024) een annotatie (ECLI:NL:GHAMS:2024:1355).

Meer weten?

Lees de annotatie te vinden via NTFR 2024/1047. 

Door deze website te gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Cookies worden gebruikt om jou een goede ervaring te bieden en de website effectief te laten werken.