Een overpeinzing over het ne bis in idem-beginsel volgens de Hoge Raad, het Hof van Justitie EU en het EHRM
ARTIKEL NLF-W 2022/29
29 november 2022
Het ne bis in idem-beginsel beoogt een dubbele vervolging en bestraffing van dezelfde persoon voor hetzelfde feit te voorkomen. Iemand mag dus niet door zowel de hond als de kat worden gebeten. Met andere woorden: een belastingplichtige mag in beginsel niet voor hetzelfde feit door zowel de Belastingdienst worden beboet als door het Openbaar Ministerie strafrechtelijk worden vervolgd. Of: een belastingplichtige mag niet door de Belastingdienst twee keer voor hetzelfde feit een boete krijgen, of mag niet twee keer voor hetzelfde feit door het Openbaar Ministerie worden vervolgd.
Het ne bis in idem-beginsel
Ne bis in idem houdt in ‘niet twee keer voor hetzelfde’. Dit is rechtsbescherming voor belastingplichtigen en verdachten, dat zij niet twee keer voor hetzelfde kunnen worden vervolgd of berecht. Het is een Europees beginsel dat wordt ingekleurd door de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).
Het beginsel bestaat uit verschillende aspecten. Zo dient er sprake te zijn van een vervolging (criminal charge), dien het te gaan om hetzelfde feit (idem), moet er sprake zijn van dubbele procedures (bis), ten aanzien van dezelfde persoon.
De invulling van de verschillende aspecten van het ne bis in idem-beginsel door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, het Hof van Justitie van de Europese Unie en de Hoge Raad wijkt op bepaalde punten van elkaar af. De Hoge Raad hanteert een striktere benadering van wat als ‘hetzelfde feit’ (idem) kwalificeert, terwijl het EHRM en HvJ EU een ruimere benadering toepassen. Dat betekent dat op Europees niveau eerder sprake is van hetzelfde feit en een belastingplichtige dus eerder een beroep kan doen op het ne bis in idem-beginsel.
Verschillende invullingen
De invulling van de verschillende aspecten van het ne bis in idem-beginsel door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, het Hof van Justitie van de Europese Unie en de Hoge Raad wijkt op bepaalde punten van elkaar af. De Hoge Raad hanteert een striktere benadering van wat als ‘hetzelfde feit’ (idem) kwalificeert, terwijl het EHRM en HvJ EU een ruimere benadering toepassen. Dat betekent dat op Europees niveau eerder sprake is van hetzelfde feit en een belastingplichtige dus eerder een beroep kan doen op het ne bis in idem-beginsel.
Echter, naast dat sprake is van hetzelfde feit, moet er ook nog sprake zijn van een ‘dubbele procedure’ (bis). Het EHRM en het HvJ EU sluiten een samenloop van twee verschillende procedures voor hetzelfde feit niet uit. In sommige gevallen is dan wel sprake van een schending van het ne bis in idem-beginsel en in sommige gevallen niet. Voor het EHRM is van belang of sprake is van een volgtijdelijke procedure (is de eerste procedure al onherroepelijk afgesloten voordat de tweede procedure begint? zie bijv. EHRM Zolotukhin) of van parallelle procedures (zie EHRM A. en B. tegen Noorwegen)? Als sprake is van parallelle procedures, dan is dit volgens het EHRM onder omstandigheden toelaatbaar onder het ne bis in idem-beginsel.
De rechtspraak van het EHRM en de Hoge Raad loopt op belangrijke punten uit elkaar, hetgeen de rechtsbescherming van belastingplichtigen raakt.
Tot slot
In dit artikel maak ik een vergelijking tussen de rechtspraak van de hoogste nationale en Europese rechtsprekende instanties en kom ik tot de conclusie dat het erop lijkt dat het beginsel tot een evenredigheidsbeginsel verwordt en zo meer richting ‘ne bis puniri’ in plaats van ‘ne bis vexari’ toe beweegt.
Meer weten?
Lees het artikel via NLFiscaal-Wetenschappelijk: NLF-W 2022/29.


