Hoge Raad casseert: rekening houden bij straftoemeting met niet tenlastegelegde belastingaangiften?
17 juni 2025
Al enige jaren geleden heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de rechter bij de straftoemeting rekening houden met niet tenlastegelegde belastingaangiften, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. In een arrest van de Hoge Raad 20 mei 2025 vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof op dit punt [1]
De verdenking
In deze zaak werd een belastingadviseur ervan verdacht onjuiste belastingaangiften voor zijn cliënten te hebben ingediend. De adviseur zou de aangifte inkomstenbelasting over de jaren 2008 t/m 2013 voor 6 cliënten opzettelijk onjuist of onvolledig hebben gedaan, door te hoge en/of gefingeerde aftrekposten in de aangiften op te nemen. Bijvoorbeeld aftrekposten voor studiekosten/scholingsuitgaven, alimentatie/onderhoudsverplichtingen, ziektekosten, zorgkosten, giften, reiskosten of buitengewone uitgaven.
Gelet op de wijze van tenlasteleggen is het doen van een onjuiste/onvolledige aangifte (art. 69 AWR) verweten en/of valsheid in geschrifte (art. 225 Sr).
De straftoemeting van het hof
Het hof heeft de verdachte veroordeeld voor valsheid in geschrifte, omdat hij de belastingaangiften valselijk heeft opgemaakt door valselijk en in strijd met de waarheid te hoge en/of gefingeerde aftrekposten op te geven.
Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Hierbij is o.a. overwogen: “Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt dat de fraude veel omvangrijker is dan enkel de veertien bewezenverklaarde belastingaangiften. De verdachte genoot aanzien en vertrouwen als belastingadviseur en werd vaak via mond-tot-mondreclame, aanbevolen als adviseur bij wie een teruggave kon worden verwacht. Uit de eerder aangehaalde cijfers van de Belastingdienst blijkt dat ruim 300 door de verdachte verzorgde aangiften opnieuw zijn beoordeeld naar aanleiding waarvan navorderingsaanslagen zijn opgelegd. In bijna 80 % van de door de verdachte verzorgde aangiften zijn zorgkosten geclaimd. Er is sprake van een duidelijk patroon van op zeer grote schaal valselijk ingevulde aftrekposten. In het voorgaande ziet het hof aanleiding uit te gaan van een fors nadeelbedrag”.
Bij een verdenking van grootschalige fiscale fraude kan dat grootschalige karakter een relevante omstandigheid zijn voor de straftoemeting
Het betrekken van niet tenlastegelegde belastingaangiften in de straftoemeting?
De Hoge Raad heeft in 2020, [2] onder verwijzing naar een arrest uit 2010 [3], overwogen dat het een rechter vrijstaat om rekening te houden bij de straftoemeting met een niet tenlastegelegd feit,
- “wanneer het gaat om een ad informandum gevoegd feit en – in een geval (…) waarin de verdachte ter terechtzitting is verschenen – op grond van de door de verdachte ten overstaan van de rechter die de straf oplegt gedane erkenning, aannemelijk is geworden dat hij dat feit heeft begaan en ervan mag worden uitgegaan dat het openbaar ministerie geen strafvervolging ter zake van dat feit zal instellen, of
- wanneer dit feit kan worden aangemerkt als een omstandigheid waaronder het bewezenverklaarde is begaan, dan wel
- wanneer de verdachte voor dit feit onherroepelijk is veroordeeld en de vermelding van dit feit dient ter nadere uitwerking van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte”.
Als het gaat om grootschalige fiscale fraude, dan kan het grootschalige karakter een voor de straftoemeting relevante omstandigheid betreffen, ook al volstaat de tenlastelegging met een beschrijving van een beperkt aantal strafbare feiten, aldus de Hoge Raad. Het grootschalige karakter dient op grond van het verhandelde ter zitting aannemelijk te zijn geworden.
Oordeel Hoge Raad 2025
De Hoge Raad haalt de strafoverwegingen van het hof aan waaruit volgt op grond van het dossier en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de fraude veel omvangrijker is dan de specifiek in de tenlastelegging opgenomen belastingaangiften. Uit cijfers van de Belastingdienst zou zijn gebleken dat ruim 300 ingediende belastingaangiften opnieuw zijn beoordeeld en navorderingsaanslagen zijn opgelegd. Hierbij zou in 80% van de gevallen ook zorgkosten zijn geclaimd, waardoor sprake is van een duidelijk patroon van op grote schaal valselijk ingevulde aftrekposten.
Volgens de Hoge Raad is niet zonder meer begrijpelijk dat op grond van het verhandelde ter terechtzitting aannemelijk is geworden dat sprake is van een grootschalig karakter van het bewezenverklaarde delict en dat dit een voor de straftoemeting relevante omstandigheid betreft. Uit het proces-verbaal van de zitting blijkt immers slechts dat is volstaan met het voorhouden van een samenvatting van de stukken. Er is niet gebleken dat de verdachte is bevraagd over andere dan in de tenlastelegging specifiek genoemde belastingaangiften, terwijl de raadsvrouw uitdrukkelijk heeft betwist dat bij die andere belastingaangiften sprake is geweest van valselijk opgemaakte belastingaangiften.
Daarnaast houden de vaststellingen van het hof niet meer in dan dat ‘ruim 300 belastingaangiften opnieuw zijn beoordeeld, naar aanleiding waarvan navorderingsaanslagen zijn opgelegd’ en dat ‘in 80% van de belastingaangiften zorgkosten zijn geclaimd’. Het hof heeft hierbij niet nader uiteen gezet of en zo ja, in welke omvang hierbij sprake was van het door verdachte opzettelijk opgeven van te hoge of gefingeerde aftrekposten.
Tot slot
De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof voor wat betreft de strafoplegging en wijst de zaak terug naar Hof Amsterdam. Hof Amsterdam moet zich nu opnieuw buigen over de straftoemeting.
——————————
[1] Hoge Raad 20 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:779.
[2] Hoge Raad 19 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:896.
[3] Hoge Raad 26 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9968.


