Veroordeling feitelijk leidinggever ondanks uitbesteding aangiften aan boekhouder
28 april 2026
Een belastingplichtige kan zich tot een boekhouder wenden voor het nakomen van zijn fiscale verplichtingen, zoals het tijdig en correct indienen van belastingaangiften. In een zaak bij Rechtbank Amsterdam werd de feitelijk leidinggever van een bedrijf strafrechtelijk vervolgd voor het niet (tijdig) en onjuist/onvolledig doen van belastingaangiften, ondanks dat hij een boekhouder had ingeschakeld [1].
De verdenking
Aan de verdachte was ten laste gelegd dat hij zich zou hebben schuldig gemaakt aan het feitelijk leidinggeven aan het medeplegen van het opzettelijk niet (tijdig) doen van aangifte omzetbelasting over 2018 Q4 tot en met 2021 Q3 en 2022 Q4 (feit 1).
Daarnaast was ten laste gelegd dat de verdachte zich schuldig gemaakt zou hebben aan het feitelijk leidinggeven aan het medeplegen van het opzettelijk onjuist of onvolledig doen van aangiften omzetbelasting over 2018 Q3 en 2021 Q4 tot en met 2022 Q3 (feit 2).
Partiële vrijspraak
De zaak moet worden beoordeeld aan de hand van de tenlastelegging. Daarin is opgenomen dat de verdachte kwartaalaangiften zou hebben gedaan, terwijl de verdachte vanaf 2019 Q4 maandaangiften omzetbelasting heeft gedaan. Er kan dan niet bewezen worden dat niet tijdig kwartaalaangifte zou zijn gedaan.
De rechtbank komt daarom tot een partiële vrijspraak hiervoor. Ook spreekt de rechtbank van het medeplegen, omdat niet is gebleken dat de verdachte samen met anderen heeft gehandeld.
Een ondernemer moet aangiften die aan een boekhouder zijn uitbesteed controleren op juistheid en tijdige indiening
Oordeel van de rechtbank
Uit het boekenonderzoek van de Belastingdienst is gebleken dat er geen aangiften zijn gedan, terwijl er ruim € 600.000 aan omzet is gegenereerd. Het totale fiscale nadeel is ruim € 100.000. De BV had belastingaangiften moeten doen. De verdachte is de bestuurder en enig aandeelhouder van de BV, dus hij kan volgens de rechtbank als feitelijk leidinggever worden aangemerkt.
Interessant is de overweging van de rechtbank dat de verdachte opzettelijk heeft nagelaten aangiften te doen. Ter zitting is bepleit dat deze taken waren uitbesteed aan een boekhouder. Als een ondernemer het opstellen van aangiften uitbesteed aan een ander, rust volgens de rechtbank op de ondernemer de verplichting om die aangiften op voorhand op juistheid en volledigheid te controleren. Door het niet controleren of de aangiften (op de juiste wijze) zijn ingediend, is sprake van voorwaardelijk opzet aan de zijde van de verdachte.
Strafoplegging
De rechtbank rekent de verdachte aan dat hij bij het boekenonderzoek van de Belastingdienst geen medewerking heeft verleend en geen gegevens of administratie heeft verstrekt. Er is een totaal fiscaal nadeel (voor beide feiten) van circa € 168.000. De rechtbank overweegt dat niet kan worden volstaan met een lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. In strafmatigende zin wordt ermee rekening gehouden dat de feiten dateren uit 2018 en 2019. Alles afwegende wordt een gevangenisstraf opgelegd van 8 maanden (onvoorwaardelijk).
———————————————
[1] Rechtbank Amsterdam 10 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2576(gepubliceerd op 17 maart 2026).


