Bekendmaking informatiebeschikking via deponeren in brievenbus belastingplichtige
ANNOTATIE NTFR 2016/2998
15 december 2016
De Belastingdienst kan een informatiebeschikking uitvaardigen als bijv. niet is voldaan aan de informatieverplichting uit art. 47 AWR. De informatiebeschikking moet aan de belastingplichtige worden toegezonden of uitgereikt. In deze uitspraak lag de vraag voor of het deponeren van de informatiebeschikking in de brievenbus van de belastingplichtige geldt als zo’n toezending of uitreiking. De Hoge Raad oordeelde hierover op 2 december 2016 [1].
De feiten van de zaak
De Belastingdienst had een informatiebeschikking op grond van art. 52a AWR uitgevaardigd op 13 maart 2013, waartegen door de belastingplichtige op 6 augustus 2013 bezwaar was gemaakt. Dat is buiten de 6-weken termijn, zodat de inspecteur het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. De inspecteur stelde dat de informatiebeschikking in de brievenbus van de belastingplichtige was gedeponeerd, en daarmee is voldaan aan de toezending of uitreiking als bedoeld in art. 3:41 Awb. Het hof oordeelde dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat dit het geval was. De belastingplichtige was het daar niet mee eens en ging in cassatie bij de Hoge Raad.
Toezenden of uitreiken van een informatiebeschikking
Op grond van art. 3:41, lid 1 Awb vindt ‘bekendmaking van besluiten plaats door toezending of uitreiking’. De belastingplichtige stelde in het cassatiemiddel dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat de informatiebeschikking op 19 maart 2013 in de brievenbus was gedeponeerd en dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat deze wijze in overeenstemming is met art. 3:41 Awb.
Het deponeren van een besluit in een brievenbus is 'toezenden of uitreiken' in de zin van art. 3:41 Awb
De Hoge Raad oordeelde dat onder het toezenden of uitreiken in de zin van art. 3:41 Ab mede moet worden begrepen “het deponeren door (een medewerker van) de inspecteur van een besluit in de brievenbus van het adres van de belanghebbende“. De Hoge Raad verwijst hierbij nr een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep [2]. Hierdoor moet volgens de Hoge Raad ervanuit worden gegaan dat hiermee de informatiebeschikking de belastingplichtige heeft bereikt, op dezelfde manier als bij niet-aangetekende verzending per post of koerier het geval is.
Als de belastingplichtige de ontvangst in de brievenbus betwist, is het aan de inspecteur om aannemelijk te maken dat het besluit op het adres van de belastingplichtige in de brievenbus is gedeponeerd.
De conclusie
De Hoge Raad overweegt dat het hof heeft geoordeeld dat de inspecteur heeft voldaan aan de op de inspecteur rustende bewijslast van aannemelijk maken. Dat is een oordeel van feitelijke aard, dat verder in cassatie niet op juistheid kan worden getoetst. Het oordeel is ook niet onbegrijpelijk. Met andere woorden: de inspecteur kan een informatiebeschikking in een brievenbus deponeren en dan is voldaan aan toezenden of uitreiken.
Meer weten?
De annotatie bij deze uitspraak is te vinden via NTFR 2016/2998.
———————————————
[1] Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2731.
[2] Centrale Raad van Beroep 30 augustus 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BR7001.


