Inzage in dossier naar aanleiding van registratie in FSV-database
ANNOTATIE NTFR 2025/1226
7 augustus 2025
Personen die geregistreerd waren in de FSV-database kunnen verzoeken om inzage in de gegevens die in de database waren geregistreerd. In een zaak had de betrokkene inzage genomen in die gegevens, maar was het dossier naar zijn idee niet volledig. In hoger beroep oordeelde de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 18 juni 2025 hierover [1].
Inzage n.a.v. de FSV-database
De Belastingdienst heeft van 2012 tot en met 27 februari 2020 de Fraude Signalering Voorziening (FSV) gebruikt om signalen van mogelijke belastingfraude in te vermelden. Personen die hierin geregistreerd waren kregen een brief van de minister met de vermelding dat zij de mogelijkheid hebben om een verzoek te doen om inzage in de geregistreerde persoonsgegevens. Als een verzoek om inzage wordt gedaan, dan wordt zoekslag uitgevoerd in de back-up van de database door daartoe geautoriseerde medewerkers. Daarnaast is compensatiebeleid opgesteld, waarover de betrokken personen ook worden geïnformeerd in een afsluitende brief.
In deze zaak had de betrokkene verzocht om inzage. Er was geen informatie meer beschikbaar over de reden waarom hij in de FSV-database was opgenomen. Wel was bekend dat de informatie was overgenomen uit de voorloper van de FSV, te weten het Dagboek PIT. Dit zou te maken hebben gehad met correcties voor aftrekposten in de aangifte Inkomstenbelasting 2004. Over het vermoeden van de betrokkene dat de registratie te maken had om etnisch profilering, had de minister laten weten dat daarvoor geen aanwijzingen te vinden zijn. Er moet nog nader onderzoek worden gedaan naar of de gegevens met anderen zijn gedeeld, maar de voorlopige conclusie was dat de FSV-gegevens alleen zijn gedeeld binnen de Belastingdienst.
Oordeel van de rechtbank: voldaan aan inzageverzoek
De rechtbank oordeelde dat de minister heeft voldaan aan het inzageverzoek door een overzicht te verschaffen van welke gegevens in de FSV-database waren opgenomen. Niet is gebleken dat de betrokkene in informatie die wel beschikbaar is, geen inzage heeft gekregen.
De betrokkene was het niet eens met dit oordeel van de rechtbank en ging in hoger beroep. Hij stelt slachtoffer te zijn van institutioneel racisme bij de registratie in de FSV, omdat er geen andere aanleiding hiervoor kan zijn dan de buitenlandse achternaam. Ook stelt hij dat aannemelijk is dat zijn gegevens zijn gedeeld met andere instanties, gelet op de wijze hoe hij door andere instanties is behandeld en daar op de lijst staat van fraudeurs.
Oordeel in hoger beroep
Volgens de Afdeling heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de minister een volledig overzicht heeft gegeven van de gegevens die in FSV waren verwerkt. Daarbij merkt de Afdeling op de zorgen van de betrokkene te begrijpen. Daarom is de minister op zitting indringend bevraagd. De minister heeft erkend dat bij de detectie van mogelijke fraudesignalen in sommige gevallen persoonsgegevens zoals nationaliteit en giften zijn gebruikt als indicator voor onregelmatigheden in de belastingaangifte. Dit gebeurde niet structureel, maar er werd niet gemonitord of bijgehouden wat de aanleiding was om iemand op te nemen in de FSV-database. Kortom, het is niet controleerbaar wat de reden is geweest.
Er kan niet uitgesloten worden wat de reden was voor opname in de FSV-database, maar dit kan niet (meer) worden nagegaan omdat dit niet is gemonitord
In het geval van betrokkene is niet met zekerheid te stellen wat de reden voor opname inde FSV-database was. Er kan niet worden uitgesloten dat etniciteit of achternaam een rol heeft gespeeld. Als dat het geval is, dan is daarvoor geen rechtvaardiging te geven. “Dat voor [appellant] onverteerbaar is dat deze mogelijkheid niet is uit te sluiten is zeer invoelbaar“.
De Afdeling vervolgt met dat het onbevredigend is, maar dat hiervoor in deze procedure geen oplossing kan worden gegeven. De minister hoeft geen nader onderzoek te doen op grond van het inzageverzoek. Wat er ook zij van de rechtmatigheid van de verwerking in de FSV-database, er zijn geen aanwijzingen dat er meer informatie beschikbaar is zodat een nadere opdracht aan de minister op dat punt niet zinvol is.
Wel merkt op de Afdeling op dat de rechtmatigheid van de gegevensverwerking aan de orde kan komen in een eventueel verzoek om schadevergoeding.
Er wordt niet toegekomen aan een oordeel over of de FSV-gegevens zijn gedeeld met anderen, omdat de minister dat verzoek van de betrokkene als apart inzageverzoek behandeld.
De conclusie
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep. De minister heeft voldaan aan het inzageverzoek. Dat betekent dat het hoger beroep van de betrokkene ongegrond is. Voor het NTFR heb ik deze uitspraak van een annotatie voorzien. Deze uitspraak hangt samen met de uitspraak van de Afdeling van dezelfde datum, over of de afsluitende brief een besluit is.
Meer weten?
De annotatie bij deze uitspraak is te vinden via NTFR 2025/1226.
———————————————
[1] ABRvS 18 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2720.


