Aanscherping strafvervolging fiscale delicten op Curaçao
30 april 2024
Met het publiceren van het beleid van de ATV-Richtlijnen per 1 juli 2019 is op Curaçao een stap gezet naar het nader normeren van de strafvervolging van fiscale delicten. Op grond van het beleid vindt overleg plaats of een zaak bestuursrechtelijk wordt afgedaan of strafrechtelijk wordt vervolgd. Op 10 januari 2024 volgde nieuw beleid, inhoudende een aanscherping van de strafrechtelijke aanpak van bepaalde fiscale delicten
Aanscherping strafvervolging fiscale delicten op Curaçao
In het op 10 januari 2024 gepubliceerde beleid ‘Beleid inzake tijdelijke aanscherping strafrechtelijke vervolging bij het niet doen van aangifte’ wordt verwezen naar de op 1 juli 2019 gepubliceerde ATV-Richtlijnen. Uit de ATV-Richtlijnen volgt dat er een bestuursrechtelijke afdoening plaatsvindt bij het fiscale delict van het niet doen van aangifte bij een fiscaal nadeel tussen de NAf 50.000 en NAf 250.000.
Zoals verwoord in het beleid uit 2024, voldoen slechts 55% van de belastingplichtigen aan hun aangifteverplichtingen voor de winstbelasting. Het doel is om de compliance op dit te verhogen. Dat houdt in dat als een belastingplichtige na een aantal waarschuwingen, niet binnen de gestelde termijn aangifte doet, er onmiddellijk voor het strafrecht kan worden gekozen.
De Sectordirecteur Fiscale Zaken vermeldt dat het beleid van tijdelijke aard is en dat ervan uit wordt gegaan dat hier een preventieve werking vanuit zal gaan. Het beleid zal worden ingetrokken als het niet langer noodzakelijk. Bijv. omdat de compliance is verhoogd of de non-compliance geheel of nagenoeg geheel is teruggedrongen.
Strafvervolging voor het niet doen van aangifte
Het niet binnen de gestelde termijn doen van aangifte, of dit onjuist of onvolledig doen, is een strafbaar feit (art. 49, lid 1, sub a ALL). Dit strafbare feit kan worden bestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste 6 maanden. of een geldboete. De geldboete kan in hoogte variëren, van ten hoogste NAf 25.000 tot eenmaal het bedrag van de te weinig geheven belasting als dat bedrag hoger is.
Als sprake is van opzet, is de maximale strafdreiging hoger (art. 49, lid 2 ALL). Dan kan een gevangenisstraf van ten hoogste 4 jaar worden opgelegd of een geldboete. De geldboete is ten hoogste NAf 100.000, of indien het bedrag van de te weinig geheven belasting hoger is, tweemaal dat bedrag. Het is ook mogelijk dat beide straffen worden opgelegd.
Er vindt daadwerkelijk strafvervolging plaats
Uit een op 12 april 2024 gepubliceerde uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (ECLI:NL:OGEAC:2024:66) volgt dat daadwerkelijk strafvervolging plaatsvindt voor belastingplichtigen die geen aangifte hebben gedaan voor de winstbelasting. Het Gerecht komt tot een bewezenverklaring en legt een straf op. De belastingplichtige wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden, met een aantal bijzondere voorwaarden. Zo is als bijzondere voorwaarde opgenomen dat de BV binnen 8 maanden na het onherroepelijk worden van dit vonnis de aangiften moet indienen, de bestuurder er in de proeftijd van 3 jaren op toeziet dat in de toekomst de aangiftes tijdig worden ingediend en dat met de Ontvanger een betalingsregeling wordt getroffen.
Conclusie
Het voorgaande maakt duidelijk dat er ook daadwerkelijk uitvoering wordt gegeven aan het beleid. Als na waarschuwingen geen aangifte wordt ingediend, volgt meteen strafvervolging. Dit is voor belastingplichtigen onwenselijk, omdat ze dan terechtkomen op een openbare terechtzitting en, bij veroordeling, een strafblad krijgen. Er zitten dus vergaande consequenties aan. Het is daarom raadzaam om een deskundig advocaat te raadplegen op het moment dat een dagvaarding wordt ontvangen.


