De ATV-Richtlijnen op Curaçao: aanpak van strafrechtelijke handhaving van fiscale delicten
ARTIKEL CFN 2019/68.
8 november 2019
Op Curaçao zijn per 1 juli 2019 de Aanmeldings-, Transactie- en Vervolgingsrichtlijnen in werking getreden. Deze ATV-Richtlijnen geven het beleid weer van de Inspectie der Belastingen, de Sector Fiscale Zaken, de Stichting Belastingaccountantsbureau, Douane en het Openbaar Ministerie ten aanzien van de strafvervolging van fiscale delicten. Dit is een belangrijke ontwikkeling, omdat er voorheen geen publiceerde richtlijnen waren.
De ATV-Richtlijnen op Curaçao per 1 juli 2019
Uit de ATV-Richtlijnen van 1 juli 2019 volgt dat het strafrecht als een ultimum remedium wordt gezien. Het strafrecht is dus een laatste redmiddel om normconform gedrag af te dwingen.
De Curacaose ATV-Richtlijnen lijken op het Nederlandse beleid voor de afweging tussen Belastingdienst en Openbaar Ministerie over de bestuursrechtelijke of strafrechtelijke afdoening van fiscale delicten. Dat beleid is in Nederland vastgelegd in het AAFD Protocol.
Op grond van de Curaçaose ATV-Richtlijnen wordt een zaak in beginsel aangemeld als sprake is van een belastingnadeel van NAf 50.000 (tenzij sprake is van recidive). Het Team Inlichtingen en Opsporing van de SBAB neemt de zaak in behandeling bij een fiscaal nadeel van NAf 75.000. Dit kan ook een lager nadeelbedrag zijn, als sprake is van bijzondere aspecten.
Daarna vindt overleg plaats en wordt bepaald welke zaken aan het Openbaar Ministerie worden voorgelegd in het tripartiete overleg. De zaken worden onderverdeeld in 3 categorieën, waarbij het fiscale nadeel in beginsel leidend is voor de indeling. Afhankelijk van de categorie is bestuursrechtelijke afdoening voorgeschreven, of een strafrechtelijke transactie of een dagvaarding.
Als bijzondere wegingsaspecten wegen bijv. de status van de verdachte mee, de onmogelijkheid van verhaal, de combinatie van fiscale, economische en commune delicten, of de medewerking van een adviseur of deskundige.
Rechtsbescherming in het Curaçaose fiscale strafrecht
De publicatie van de ATV-Richtlijnen per 1 juli 2019 leidt tot een verbetering van de rechtsbescherming van belastingplichtigen. Met dit beleid wordt inzichtelijk wanneer wordt besloten tot het opleggen van een fiscale boete en wanneer wordt besloten tot strafvervolging.
In het artikel dat Paula Janssen (strafrechtadvocaat op Curaçao) en ik samen schreven, zijn we nader ingegaan op de verbetering van de rechtsbescherming. We zijn ook ingegaan op de ruimte die er nog is om de rechtsbescherming verder te verbeteren. Zo zijn een aantal wegingsaspecten niet goed uitgewerkt, zodat nog steeds niet duidelijk is op grond waarvan zou kunnen worden besloten tot strafvervolging.
Strafvervolging voor belastingfraude op Curaçao
Uit de gepubliceerde uitspraken op rechtspraak.nl wordt duidelijk dat er ook daadwerkelijk strafrechtelijk wordt vervolgd voor belastingfraude. Zo volgt uit art. 49 van de Algemene Landsverordening Landsbelastingen (ALL) bijv. dat het niet binnen de gestelde termijn doen van aangifte, of een onjuiste of onvolledige aangifte doen een strafbaar feit is (art. 49, lid 1, sub a ALL).
Uit de rechtspraak vloeit voort dat belastingplichtigen strafrechtelijk worden vervolgd wegens overtreding van art. 49 ALL. In een zaak werd – na een ingestelde strafvervolging – het Openbaar Ministerie deels niet-ontvankelijk verklaard, omdat de strafvervolging door tijdsverloop was verjaard. Voor het overige deel volgt vrijspraak omdat niet is bewezen dat de belastingplichtige voor het doen van aangifte was uitgenodigd (Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 17 februari 2022, ECLI:NL:OGHACMB:2022:277). In een andere zaak volgde eveneens vrijspraak voor de strafvervolging van de verdenking van belastingfraude (Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 4 april 2023, ECLI:NL:OGEAC:2023:338).
Tot slot
In het artikel dat Paula Janssen en ik schreven voor het Caribisch Fiscaal Nieuwsblad (CFN) zijn we concreter ingegaan op hetgeen hiervoor is opgenomen.
Het artikel is te raadplegen via (een abonnement op) het Instituut voor Caribisch Belastingrecht en te vinden via CFN 2019/68.


