Rechtbank: geen vertrouwen ontlenen aan informatie Belastingtelefoon
23 juni 2026
Op grond van het vertrouwensbeginsel mag een belastingplichtige in bepaalde situaties vertrouwen op bepaalde informatie. Dat verschilt of het om een inlichting gaat of bijvoorbeeld expliciete toezegging. In deze zaak ging het om informatie ingewonnen bij de Belastingtelefoon. [1]
De feiten
De belastingplichtige startte in 2021 met een 3-jarige studie, waarvoor de totale opleidingskosten circa € 21.000 bedroegen. In de belastingaangifte IB/PVV 2022 zijn de betaalde studiekosten als persoonsgebonden aftrekpost opgevoerd. De inspecteur was het daar niet mee eens en corrigeerde de belastingaangifte. De belastingplichtige gaat daartegen in bezwaar en de inspecteur wijst dat af. De zaak wordt vervolgens voorgelegd aan Rechtbank Noord-Holland.
Vertrouwensbeginsel
De belastingplichtige stelt dat contact is opgenomen met de Belastingtelefoon om na te gaan of de studiekosten in aftrek konden worden gebracht. In dat gesprek zou zijn toegezegd dat dit toegestaan was.
De rechtbank overweegt dat informatie van de Belastingtelefoon een inlichting van de Belastingdienst betreft. De inspecteur is in de regel niet gebonden aan onjuistheden of onvolledigheden in de voorlichting. Daarop is een uitzondering mogelijk, namelijk als de medewerker van de Belastingtelefoon beschikt over de juiste en volledige informatie op basis waarvan de toezegging wordt gedaan, die niet zodanig in strijd is met een juiste wetstoepassing dat de belastingplichtige in redelijkheid niet op nakoming mocht rekenen. Ook moet de belastingplichtige op grond van die onjuiste informatie een handeling hebben verricht of nagelaten, met als gevolg dat een hoger bedrag wordt geheven. De rechtbank verwijst naar een arrest van de Hoge Raad uit 2021. [2]
Zonder te weten wat met de Belastingtelefoon is besproken, kan niet worden geoordeeld of er een toezegging is gedaan
De rechtbank overweegt dat de belastingplichtige niet duidelijk heeft gemaakt welke vragen aan de Belastingtelefoon zijn gesteld en welke feiten en omstandigheden aan de Belastingtelefoon zijn voorgelegd. Er kan daarom niet worden geconcludeerd dat de medewerker van de Belastingtelefoon een toezegging heeft gedaan. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt daarom niet.
Tot slot
Naast het beroep op het vertrouwensbeginsel overweegt de rechtbank nog dat een beroep op het evenredigheidsbeginsel ook niet slaagt. De afschaffing van de aftrek van studiekosten is een politieke keuze en het gaat de taak van de rechter te buiten om daarover in deze procedure een oordeel te geven.
Ook een beroep op een schending van het hoorrecht slaagt niet. De inspecteur heeft de belastingplichtige daarover uitgenodigd en de belastingplichtige heeft niet bewezen dat die brief niet is ontvangen. Er is daarom geen sprake van een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel.
———————————————
[1] Rechtbank Noord-Holland 23 april 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:4672 (gepubliceerd op 11 juni 2026).
[2] Hoge Raad 5 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1654.


