Belastingcontrole

Een belastingcontrole kan onverwachts komen en kan een grote impact hebben. Tijdens zo’n controle onderzoekt de Belastingdienst bijv. uw administratie en controleert de belastingaangiften. Dit kan leiden tot correcties, het opleggen van belastingaanslagen en eventueel fiscale boetes, of zelfs een strafrechtelijke vervolging als er een vermoeden is van een strafbaar feit. Het is belangrijk om goed voorbereid te zijn en te weten wat uw rechten en plichten zijn. 

Taak van de Belastingdienst

De bekendste taak van de Belastingdienst is het heffen en innen van belastingen. De Belastingdienst controleert daarbij ook of de fiscale wetten en regels worden nageleefd. Zo kan de Belastingdienst ook onjuistheden of onvolledigheden in belastingaangiften constateren of fraude opsporen. 

Controle door de Belastingdienst

De Belastingdienst kan besluiten om een belastingcontrole in te stellen. Dit kan starten door een boekenonderzoek in te stellen, maar ook door het versturen van een vragenbrief aan een (potentieel) belasting- of inhoudingsplichtige. De wet kent de inspecteur daarvoor vergaande bevoegdheden toe. 

Zo kan de inspecteur informatie opvragen op grond van artikel 47 AWR, maar kan de inspecteur bijv. ook informatie inwinnen bij derden in het kader van een derdenonderzoek (art. 53 AWR) en gebouwen en/of gronden betreden (art. 50 AWR). Art. 47 AWR wordt ook wel de informatieverplichting genoemd, omdat de belastingplichtige medewerking moet verlenen als de inspecteur informatie opvraagt die voor de belastingheffing van belang kan zijn.

Gevolgen van het niet verlenen van medewerking

Tijdens een belastingcontrole kan de inspecteur vinden dat niet (volledig/tijdig) aan de verplichtingen wordt meegewerkt (bijv. het ter inzage verstrekken van de administratie). Er kan dan een informatiebeschikking (art. 52a AWR) worden vastgesteld. In een informatiebeschikking wordt o.a. vastgelegd aan welke verplichting niet is voldaan. Tegen zo’n informatiebeschikking kan bezwaar en beroep worden ingesteld. Mocht dat niet gebeuren en de informatiebeschikking onherroepelijk worden, dan leidt dat in beginsel tot de sanctie van omkering en verzwaring van de bewijslast. Dat betekent dat de bewijslast verschuift van de inspecteur naar de belastingplichtige (omkering) en de bewijslast ‘overtuigend aantonen’ (doen blijken) is in plaats van ‘aannemelijk maken’ (verzwaring).

Daarnaast kan de inspecteur via de civiele rechter verzoeken om een last onder dwangsom op te leggen om zo de belastingplichtige ertoe aan te zetten de informatieverplichtingen na te komen (art. 52a, lid 4 AWR). 

Als geen medewerking wordt verleend, kan de inspecteur ook besluiten tot het instellen van een strafvervolging. In art. 68 AWR zijn diverse fiscale verplichtingen opgenomen op grond waarvan het niet, niet volledig, niet tijdig nakomen van de fiscale verplichtingen als strafbaar feit is aangemerkt. 

De inspecteur kan ook een ambtshalve aanslag vaststellen. Dan wordt een belastingaanslag vastgesteld op basis van een schatting, waarbij wel de eis geldt dat de schatting redelijk moet zijn.

Bevoegdheden inspecteur

Zoals aangegeven kan de inspecteur belastingaanslagen vaststellen. De inspecteur kan daarbij afwijken van de belastingaangifte. Zo kan de inspecteur besluiten dat correcties op de belastingaangiften moeten worden doorgevoerd en daarbij bij het opleggen van de primitieve belastingaanslag afwijken van de aangifte (bij aanslagbelastingen zoals de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting). Daarnaast kan de inspecteur besluiten om een navorderingsaanslag of naheffingsaanslag op te leggen, of een ambtshalve aanslag op te leggen. De inspecteur is bij het vaststellen van (navorderings- en naheffings)aanslagen wel gebonden aan termijnen.

De inspecteur heeft ook de bevoegdheid om boetes op te leggen. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen verzuimboetes en vergrijpboetes. Verzuimboetes zijn gemaximeerd in de wet en worden veelal automatisch opgelegd. Deze boetes hebben betrekking op de ‘kleinere’ overtredingen. Vergrijpboetes zijn niet gemaximeerd in de wet, maar betreffen een percentage van de verschuldigde belasting (bijv. 100%). 

Naast het opleggen van fiscale boetes kan de inspecteur ook in overleg treden met de boete-fraudecoördinator (en het Openbaar Ministerie) om te bezien of de zaak moet worden aangemeld voor mogelijke strafrechtelijke vervolging. Op grond van art. 68, 69 en 69a AWR kan namelijk strafvervolging plaatsvinden voor fiscale delicten.

Om rechten veilig te stellen en te voorkomen dat een belastingaanslag of bijv. een informatiebeschikking onherroepelijk wordt, moet tijdig bezwaar worden gemaakt (en eventueel daarna beroep bij de rechter worden ingesteld).

Elke zaak is anders, dus het vereist maatwerk om te bekijken welke stappen het beste kunnen worden gezet om een fiscale procedure op een goede wijze tot een einde te brengen. In overleg met elkaar (en eventueel betrokken adviseurs) kunnen we de beste strategie bepalen.

Maatwerk

Elke zaak is anders, dus het vereist maatwerk om te bekijken welke stappen het beste kunnen worden gezet om een fiscale procedure op een goede wijze tot een einde te brengen. In overleg met elkaar (en eventueel betrokken adviseurs) kan zo de beste strategie worden bepaald.

Wat kan ik voor u betekenen?

Door deze website te gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Cookies worden gebruikt om jou een goede ervaring te bieden en de website effectief te laten werken.