Gemeenschappelijk Hof volgt procesafspraken in Caribische belastingfraude-zaak
16 juni 2026
In een Sint Maartense strafzaak over o.a. belastingfraude zijn door de verdediging en het Openbaar Ministerie in hoger beroep procesafspraken gemaakt. Het Gemeenschappelijk Hof volgt die procesafspraken. [1]
De procesafspraken
In een strafzaak op Sint Maarten is de verdachte veroordeeld voor 3 feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden. In hoger beroep hebben de verdediging en het Openbaar Ministerie procesafspraken gemaakt en aan het hof toegezonden.
De procesafspraken houden o.a. in dat wordt bevestigd hetgeen het Gerecht bewezen heeft verklaard, dat het Openbaar Ministerie een straf eist van 21 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf en dat het Openbaar Ministerie rekwireert tot een afwijzing van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Er wordt ook afgezien van het instellen van cassatie als het hof de strafoplegging conform procesafspraken volgt.
Het oordeel van het Gemeenschappelijk Hof
Ter zitting is door het Gemeenschappelijk Hof allereerst beoordeeld of de procesafspraken op basis van vrijwillige wederkerigheid tot stand zijn gekomen. De verdachte heeft ter zitting in aanwezigheid van zijn raadslieden ondubbelzinnig aangegeven zich te kunnen vinden in de procesafspraken.
Het Gemeenschappelijk Hof beoordeelt niet alleen of de procesafspraken bijdragen aan het verkorten van de procedure en het efficiënter en effectiever afdoen van strafzaken, maar ook op de straf in een redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak.
Procesafspraken gemaakt in hoger beroep: worden ze gevolgd voor de strafoplegging en de eis om een voorwaardelijke straf niet ten uitvoer te leggen?
Het Gemeenschappelijk Hof betrekt hierbij de redelijke termijn, die in eerste aanleg al was overschreden en in hoger beroep weer. Dat leidt tot een ‘strafkorting’ van 1 maand in de procesafspraken (het Gerecht had een straf van 22 maanden opgelegd en in de procesafspraken is 21 maanden overeengekomen).
Ook is in de procesafspraken opgenomen dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, omdat het gaat om zeer oude feiten, de toen opgelegde geldboete reeds grotendeels is voldaan en de verdachte een gewijzigde en coöperatieve proceshouding heeft.
Afrondend
Alles afwegende oordeelt het Gemeenschappelijk Hof dat de procesafspraken redelijk zijn. Dit leidt ertoe dat het Gemeenschappelijk Hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep (wat een vreemde overweging is, maar de verdachte heeft ook hoger beroep ingesteld) en het vonnis van het Gerecht bevestigt, met uitzondering van de strafoplegging en de vordering tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf.
———————————————
[1] Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 6 maart 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:119 (gepubliceerd op 28 mei 2026).

