Einde voorwaardelijk sepot ondanks latere vrijspraak

26 mei 2026

Een strafzaak kan op verschillende manieren eindigen. Het Openbaar Ministerie kan ervoor kiezen om een strafzaak te seponeren of voorwaardelijk te seponeren. Een voorwaardelijk sepot staat niet altijd in de weg aan een verdere vervolging, bijvoorbeeld niet als de verdachte wordt vrijgesproken van het nieuwe feit dat de aanleiding vormde voor het intrekken van dat sepot. Het Gerechtshof Den Haag bevestigde dit op 21 april 2026 in een zaak over mishandeling tijdens een amateurvoetbalwedstrijd [1].

De feiten

Een strafzaak tegen de verdachte wegens mishandeling was eerder door het Openbaar Ministerie voorwaardelijk geseponeerd . Als voorwaarde gold dat hij geen nieuwe strafbare feiten mocht plegen.

Daarna werd de verdachte aangetroffen in een auto waarin een vuurwapen lag waarop zijn DNA was aangetroffen. Dat leidde ertoe dat niet meer werd voldaan aan de voorwaarden uit het voorwaardelijk sepot. Het Openbaar Ministerie vervolgde de verdachte daardoor alsnog voor de oorspronkelijke mishandeling.

De politierechter sprak de verdachte vrij van het vuurwapenbezit, omdat niet kon worden vastgesteld dat hij op de tenlastegelegde datum de beschikkingsmacht had over het wapen. Wel volgde een veroordeling voor de mishandeling (een taakstraf van 40 uur).

Kan worden vervolgd na een voorwaardelijk sepot?

In hoger beroep betoogde de verdediging dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard in de strafvervolging voor de mishandeling (dat volgde na het beëindigen van het voorwaardelijk sepot). Daarbij werd gesteld dat de verdachte was vrijgesproken voor het vuurwapenbezit, waardoor niet kon worden gezegd dat hij de sepotvoorwaarde had overtreden. Het sepot zou daarom alsnog in stand moeten blijven.

Het Openbaar Ministerie sloot zich hierbij aan.

Een redelijke verdenking van een nieuw strafbaar feit is voldoende voor de intrekking van een eerder voorwaardelijk sepot

Het oordeel van het hof

Het hof ging hier niet in mee. Onder verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad uit 2015 [2] oordeelde het hof dat het ontstaan van een redelijke verdenking van een nieuw strafbaar feit voldoende is om een voorwaardelijk sepot in te trekken en tot vervolging over te gaan.

De verdachte was aangetroffen in een auto met een vuurwapen waarop zijn DNA zat. Dat levert een redelijke verdenking op van verboden wapenbezit. Die verdenking was ook niet betwist. Dat de politierechter vervolgens  tot vrijspraak van dat feit komt, doet aan de rechtmatigheid van de intrekking van het sepot niet af. Dat betekent dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging.

Afrondend

Het hof komt tot een bewezenverklaring van de mishandeling. Bij de straftoemeting houdt het hof rekening met de Justitiële Documentatie waaruit volgt dat de verdachte nog niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een soortgelijk feit. Naast een aantal andere omstandigheden die worden meegewogen, komt het hof tot een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van 40 uur. 

Ten aanzien van het inbeslaggenomen vuurwapen oordeelde het hof anders dan de politierechter. Door de vrijspraak van het wapenbezit was niet voldaan aan de vereisten voor onttrekking aan het verkeer. Omdat de bewezen mishandeling geen verband hield met het vuurwapen, kon onttrekking aan het verkeer niet worden uitgesproken.

———————————————

[1] Hof Den Haag 21 april 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:1286.

[2] Hoge Raad 22 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3639.

Door deze website te gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Cookies worden gebruikt om jou een goede ervaring te bieden en de website effectief te laten werken.