Hoge Raad: mogelijkheid van pondspondsgewijze toerekening bij meerdere personen
19 mei 2026
Bij ontnemingszaken met meerdere daders rijst steevast de vraag hoe het wederrechtelijk verkregen voordeel over hen moet worden verdeeld. De Hoge Raad bevestigde op 31 maart 2026 dat pondspondsgewijze toerekening gerechtvaardigd kan zijn als de omstandigheden van het geval onvoldoende aanknopingspunten bieden voor een andere verdeling [1].
De feiten
De betrokkene was veroordeeld voor o.a. deelneming aan een criminele organisatie die zich gedurende enkele maanden in 2014 bezighield met phishing op grote schaal. Slachtoffers werden opgelicht door middel van vervalste bankberichten, waarna katvangers horloges, auto’s en andere goederen ophaalden bij juweliers en autodealers. De betrokkene zorgde voor het ronselen en instrueren van katvangers en nam de opbrengsten in ontvangst. In de samenhangende ontnemingszaak vorderde het Openbaar Ministerie de afdracht van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Hof: de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
Het hof schatte het wederrechtelijk verkregen voordeel aan de hand van de transactiemethode. Als uitgangspunt nam het hof de bedragen die daadwerkelijk van de bankrekeningen van slachtoffers waren afgeschreven in de aan de betrokkene toegerekende pleegperiode. Het totaalbedrag bedroeg na een herstelbeslissing circa € 370.000. Daarop bracht het hof kosten in mindering (10 x € 1.000,- per zaaksdossier) en het aandeel van een medeverdachte die wél inzicht had gegeven in de vergoeding (5% van het totaal). Het resterende bedrag werd vervolgens gelijkelijk verdeeld over de drie betrokkenen, wat resulteerde in een ontnemingsbedrag van circa € 115.000, dat wegens overschrijding van de redelijke termijn werd gematigd tot € 98.000.
Juridisch kader bij pondspondsgewijze toerekening
De Hoge Raad herhaalt in dit arrest de maatstaf uit eerdere rechtspraak. De rechter kan de schatting van het wederrechtelijke voordeel alleen ontlenen aan de wettige bewijsmiddelen. Wat betreft de toerekening geldt niet de eis dat de daaraan ten grondslag liggende feiten en omstandigheden aan wettige bewijsmiddelen moeten zijn ontleend. Daarvoor is het voldoende dat die feiten en omstandigheden, zoals een rolverdeling, uit het onderzoek ter terechtzitting zijn gebleken [2].
Als bij meerdere daders niet direct kan worden vastgesteld welk deel van het voordeel aan een individuele betrokkene toekomt, bepaalt de rechter dit op basis van alle bekende omstandigheden, zoals de rollen van de betrokkenen en het aantreffen van voordeel bij één of meer van hen.
Als er onvoldoende aanknopingspunten zijn, biedt pondspondsgewijze toerekening in dat geval een gerechtvaardigde uitkomst, maar geen verplicht uitgangspunt. De omstandigheden van het geval zijn steeds beslissend. Bovendien geldt: hoe passiever de procesopstelling van de betrokkene, hoe minder de rechter gehouden is de schatting uitvoerig te motiveren [3].
Als er geen duidelijkheid is over de verdeling van het verkregen voordeel, is een pondspondsgewijze toerekening mogelijk - geen verplichting
Het oordeel van de Hoge Raad
De betrokkene klaagde in cassatie dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met het aantal personen dat bij de organisatie betrokken was en dus had moeten worden meegenomen in de verdeling. De verdediging wees op meerdere namen die in het dossier naar voren kwamen als mogelijke deelnemers.
De Hoge Raad verwerpt dit cassatiemiddel. Het oordeel van het hof is toereikend gemotiveerd, gelet op dat de betrokkene zelf geen inzicht heeft gegeven in de (onderlinge) verdeling van het behaalde voordeel.
Tot slot constateerde de Hoge Raad ambtshalve dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden. Omdat in de samenhangende strafzaak zal worden beoordeeld of de overschrijding tot compensatie moet leiden, volstaat de Hoge Raad in de ontnemingszaak met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden.
———————————————
[1] Hoge Raad 31 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:491.
[2] Hoge Raad 30 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK2142.
[3] Hoge Raad 9 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BG1667.


