Staan er sancties op het te laat doorsturen van het strafdossier naar het hof?

27 september 2024

Gelet op de overbelasting van de rechtspraak kan het lang duren voordat een zaak op zitting wordt gepland. Voor verdachten blijft al die tijd dit ‘zwaard van Damocles’ boven hun hoofd hangen. Als na de uitspraak van de rechtbank hoger beroep wordt ingesteld, dan dient het dossier vanuit de rechtbank te worden doorgezonden naar het hof. Hier kan ook de nodige tijd overheen gaan, waardoor de vraag kan opkomen of hiervoor een termijn is gegeven en wat gebeurt als die termijn niet wordt nageleefd? Kortom: staan er sancties op het te laat doorsturen van het strafdossier?

De redelijke termijn in strafzaken

De Hoge Raad heeft in 2008 verduidelijkt dat zaken binnen een redelijke termijn dienen te worden behandeld. Dit vloeit voort uit art. 6 EVRM en art. 14, lid 3, sub c IVBPR. Er moet worden voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een (verdere) strafvervolging moet leven. Daarnaast zijn er andere factoren die meespelen bij een voortvarende behandeling van strafzaken, zoals de belangen van eventuele slachtoffers en een ongunstige invloed van het tijdsverloop op de beoordeling van de feiten [1].

De termijn vangt aan op het moment vanaf het moment dat vanwege de Staat jegens de persoon een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld [2]. Zie hierover ook het eerder geschreven blog.

De duur van de redelijke termijn en de inzendingstermijn

De Hoge Raad heeft bepaald dat de redelijke termijn van een behandeling van een zaak bij de rechtbank in beginsel 2 jaar is. Dat geldt ook voor de behandeling van een zaak in hoger beroep [3]. De termijn loopt vanaf het hiervoor genoemde moment en eindigt op het moment dat de zaak is afgerond met een eindvonnis. 

In hoger beroep dient het strafdossier van de rechtbank te worden doorgezonden naar het hof. Daarom geldt ook een redelijke inzendingstermijn van het dossier. Volgens de Hoge Raad is de redelijke termijn 8 maanden [4].

Sancties op het te laat doorsturen van het strafdossier?

De Hoge Raad is stellig in het oordeel over het verbinden van sancties aan overschrijding van de redelijke termijn en de redelijke inzendingstermijn. Zo leidt een overschrijding van de redelijke termijn en inzendingstermijn niet tot een niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging of ontnemingsvordering. Ook niet in uitzonderlijke gevallen. De regel is dat overschrijding van de termijn wordt gecompenseerd in strafvermindering (of vermindering van het ontnemingsbedrag) [5]. Hiermee komt de Hoge Raad dus terug van eerdere rechtspraak [6].

Aan een overschrijding van de inzendingstermijn hoeven geen rechtsgevolgen te worden verbonden, als de zaak in hoger beroep voortvarend is opgepakt. De overschrijding van de inzendingstermijn wordt daardoor gecompenseerd [7].

Daarnaast kan de rechter, na afweging van alle belangen en omstandigheden zoals de mate van overschrijding, volstaan met de enkele vaststelling dat inbreuk is gemaakt op art. 6 EVRM doordat de redelijke termijn is geschonden [8].

Sancties op het te laat doorsturen van het strafdossier: strafmatiging

In een arrest uit 2000 heeft de Hoge Raad handvaten gegeven voor de strafvermindering bij overschrijding van de inzendingstermijn:

  • bij een geringe overschrijding (4 maanden of minder), wordt de gevangenisstraf met 5% gematigd; 
  • bij een aanmerkelijke overschrijding (tussen de 4 en 8 maanden), wordt de gevangenisstraf met 8% gematigd;
  • bij een ernstige overschrijding (tussen de 8 en 12 maanden), wordt de gevangenisstraf met 10% gematigd;
  • in zeldzame gevallen waarin de inzendingstermijn met meer dan 12 maanden is overschreden, dient de rechter naar bevind van zaken te handelen;
  • Als een geldboete is opgelegd of de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel is bevolen, is de vermindering in beginsel 10% – ongeacht de mate van overschrijding [9].

In een zaak bij Hof Den Haag was de inzendingstermijn van 8 maanden overschreden en was de redelijke termijn van 2 jaar overschreden. Dit leidde ertoe dat het hof strafvermindering toepaste [10]. In een ontnemingsprocedure bij Hof Den Haag waren deze termijnen ook overschreden, waardoor het hof de betalingsverplichting van de ontnemingsvordering met 10% matigde [11].

Als de compensatie strafvermindering is, wat dan te doen bij vrijgesproken verdachten?

De ‘oplossing’ voor verdachten bij wie de behandeling van de zaak te lang duurt, kan worden gevonden in strafvermindering. Ook als de inzendingstermijn van het strafdossier van de rechtbank naar het hof wordt overschreden, is de oplossing strafvermindering. Dan rijst de vraag hoe een oplossing voor deze schending van art. 6 EVRM kan worden gecompenseerd als strafvermindering geen optie is? Bijvoorbeeld voor verdachten die zijn vrijgesproken, is een oplossing in de straftoemeting geen oplossing.

Stel dat een verdachte is vrijgesproken bij de rechtbank en het Openbaar Ministerie hoger beroep heeft ingesteld. De inzendingstermijn wordt overschreden. Als deze verdachte in hoger beroep wederom wordt vrijgesproken, kan geen compensatie voor de overschrijding van de redelijke termijn worden gegeven. De art. 6 EVRM-rechten van de verdachte blijven wel nog geschonden. 

In hoger beroep zou eventueel het verweer van de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie kunnen worden gevoerd. Maar dat is geen optie meer, sinds het arrest van de Hoge Raad uit 2008. Een andere mogelijkheid is dan de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, niet op grond van art. 359a Sv, maar op grond van een schending van de verdedigingsrechten uit art. 6 EVRM doordat sprake is van een uitzonderlijk geval waarbij de inbreuk van dien aard en zodanig ernstig is dat geen sprake meer kan zijn van een eerlijk proces.

Dit speelde in zaak bij Rechtbank Midden-Nederland van 4 september 2024 [12]. In die zaak bepleitte de verdediging de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens een schending van de verdedigingsrechten op grond van art. 6 EVRM. Het ging hier om een overschrijding van de redelijke termijn van ruim 16 maanden. De rechtbank achtte deze overschrijding fors, maar niet buitensporig groot. Er is geen sprake van een schending van een eerlijk proces, waardoor het Openbaar Ministerie ontvankelijk was in de vervolging. De rechtbank spreekt de verdachte vrij, zodat de overschrijding van de redelijke termijn verder niet meer aan de orde komt.

Conclusie

Strafvermindering is dé oplossing voor een overschrijding van de redelijke termijn. Dit is de ‘sanctie’ die staat op het schenden van de verdedigingsrechten van een verdachte. De geboden compensatie is beperkt (in beginsel 10%) en leent zich eigenlijk alleen als compensatie als de verdachte wordt veroordeeld en de rechter tot een strafoplegging komt. Als de rechter de verdachte vrijspreekt, zal geen compensatie in de straftoemeting kunnen plaatsvinden. Dat zal voor vrijgesproken verdachten, hoewel vrijgesproken, toch wrang kunnen voelen omdat zij wel zo lang in onzekerheid hebben geleefd.

—————————————————-

[1] Hoge Raad 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, r.o. 3.11.

[2] Hoge Raad 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, r.o. 3.12.1.

[3] Hoge Raad 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, r.o. 3.14 en 3.16.

[4] Hoge Raad 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, r.o. 3.17.

[5] Hoge Raad 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, r.o. 3.21.

[6] Hoge Raad 3 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7309.

[7] Hoge Raad 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, r.o. 3.18.

[8] Hoge Raad 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, r.o. 3.20.

[9] Hoge Raad 3 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7309, r.o. 3.6.

[10] Hof Den Haag 16 november 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:2340.

[11] Hof Den Haag 16 november 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:2517.

[12] Rb. Midden-Nederland 4 september 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:5406.

Door deze website te gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Cookies worden gebruikt om jou een goede ervaring te bieden en de website effectief te laten werken.