Witwassen

Wanneer u wordt verdacht van witwassen, is het essentieel om goed te begrijpen wat dit strafbare feit inhoudt. Witwassen draait veelal om het verbergen en/of verhullen van de criminele herkomst van voorwerpen, wat vaak wordt gedaan door complexe financiële handelingen. 

Gedurende de jaren is strenger ingezet op het aanpakken van financieel-economische criminaliteit, zoals fraude, omkoping en witwassen, lucratief is. Dit betekent dat er een hoger strafmaximum kwam, zodat dergelijke strafbare feiten zwaarder kunnen worden bestraft [1].

Wat is witwassen?

Witwassen is strafbaar gesteld in het Wetboek van Strafrecht (art. 420bis t/m 420quater.1 Sr). Witwassen wordt onderverdeeld in een aantal varianten:

  • Opzetwitwassen (art. 420bis Sr);
  • Eenvoudig witwassen (art. 420bis.1 Sr);
  • Gewoontewitwassen (art. 420ter Sr);
  • Schuldwitwassen (art. 420quater Sr);
  • Eenvoudig schuldwitwassen (art. 420quater.1 Sr). 

 

Opzetwitwassen en schuldwitwasssen

Bij witwassen gaat het om het verbergen/verhullen van de werkelijke aard, herkomst, vindplaats, vervreemding/verplaatsing van een voorwerp, wie de rechthebbende van een voorwerp is of het voorhanden heeft, terwijl hij weet dat het voorwerp – onmiddellijk of middellijk – afkomstig is uit enig misdrijf (art. 420bis, lid 1, sub a Sr), of om het verwerven, voorhanden hebben, overdragen of omzetten, of van een voorwerp gebruik maken, terwijl hij weet dat het voorwerp – onmiddellijk of middellijk – afkomstig is uit enig misdrijf (art. 420bis, lid 1, sub b Sr).

Voor opzetwitwassen is vereist dat iemand weet dat een bepaald voorwerp – onmiddellijk of middellijk – uit enig misdrijf afkomstig is. Voor schuldwitwassen is niet vereist dat iemand weet dat een bepaald voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, maar is voldoende dat die persoon redelijkerwijs moet vermoeden dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. 

Eenvoudig witwassen en gewoontewitwasssen

Voor eenvoudig witwassen is voldoende als iemand het voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit eigen misdrijf verwerft of voorhanden heeft. Met de strafbaarstelling van eenvoudig witwassen is beoogd om het enkele verwerven of voorhanden hebben van voorwerpen die afkomstig zijn van door de dader zelf gepleegde misdrijven strafbaar te stellen. Er is dan geen sprake van verbergen of verhullen, zoals wel vereist is voor het ‘reguliere’ witwassen [2].

Tot slot, gewoontewitwassen. Daarvan is sprake als iemand van witwassen – zoals het woord al zegt – een gewoonte maakt.

Bekend of onbekend gronddelict?

Van belang is een onderscheid te maken tussen zaken met een bekend gronddelict en zaken met een onbekend gronddelict. Als sprake is van een onbekend gronddelict, dan wordt vaak in de rechtspraak het stappenplan gehanteerd van Hof Amsterdam[3]. Uit de rechtspraak vloeit voort dat het Openbaar Ministerie mag kiezen of zij vervolgen voor een bekend of onbekend gronddelict, zelfs als er aanwijzingen zijn voor een bekend gronddelict [4].

Om te bepalen of sprake is van (opzet of schuld)witwassen bij een bekend gronddelict, geldt het volgende:

  • Is het voorwerp afkomstig uit enig misdrijf?
  • Heeft de verdachte het voorwerp verworven, voorhanden gehad, overgedragen, omgezet? of 
  • Heeft de verdachte een verhullingshandeling verricht (verbergen of verhullen)?

 

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat belastingfraude een gronddelict kan zijn witwassen [5].

Het stappenplan bij een onbekend gronddelict

Hof Amsterdam heeft een 6-stappenplan gehanteerd om te beoordelen of sprake is van witwassen bij een onbekend gronddelict:

  1. Is sprake van een bekend of onbekend gronddelict?
  2. Als sprake is van een onbekend gronddelict: zijn de feiten en omstandigheden van dien aard dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen?
  3. Zo ja, dan mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het voorwerp.
  4. Een dergelijke verklaring dient concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk te zijn.
  5. Zodra het door de verdachte geboden tegenwicht daartoe aanleiding geeft, is het vervolgens aan het Openbaar Ministerie om hier nader onderzoek naar te doen.
  6. Tot slot dient uit het onderzoek te blijken dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

 

De Hoge Raad heeft dit stappenplan overgenomen [6]. Het is aan de rechter om op basis van de resultaten van dat onderzoek te beoordelen of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden. Als geen verklaring door de verdachte wordt gegeven, dan mag deze omstandigheid in de bewijsoverwegingen worden betrokken.

Maatwerk

Elke zaak is anders, dus het vereist maatwerk om te bekijken welke stappen het beste kunnen worden gezet om zo op de best mogelijke verdedigingsstrategie te hanteren bij een verdenking van witwassen.

Het Openbaar Ministerie kan ervoor kiezen om voor witwassen te vervolgen en te bepalen of dit met of zonder bekend gronddelict is. Het stappenplan bij een onbekend gronddelict is daarbij belangrijk, zodat enige houvast bestaat omtrent wat van een verdachte mag worden verlangd en welke taak op het Openbaar Ministerie berust. De bewijslast in strafzaken rust immers op het Openbaar Ministerie.

——————————————————————————-

[1] Kamerstukken II 2012/13, 33 685, nr. 3, p. 1, 7-8.

[2] Kamerstukken II 2015/16, 34 294, nr. 3, p. 2-3.

[3] Hof Amsterdam 11 januari 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BY8481.

[4] Rb. Oost-Brabant 5 maart 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:802.

[5] Hoge Raad 7 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2774 en HR 15 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1377. 

[6] Hoge Raad 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2352.

Wat kan ik voor u betekenen?

Door deze website te gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Cookies worden gebruikt om jou een goede ervaring te bieden en de website effectief te laten werken.