Recht op rechtsbijstand ook bij niet geautomatiseerd opgelegde verzuimboetes?
6 januari 2026
In het bestuursstrafrecht kunnen boetes worden opgelegd voor het begaan van verkeersovertredingen op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde in een zaak waarin iemand een boete kreeg voor het ‘als bestuurder tijdens het rijden vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat’. In geschil was of de betrokkene tijdens de staandehouding gewezen moest worden op het recht op rechtsbijstand [1].
De feiten en het oordeel van de kantonrechter
Een bestuurder van een auto kreeg een boete van € 380 voor het ‘als bestuurder tijdens het rijden vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat’. De gemachtigde voerde aan dat het geen telefoon was, maar een brillenkoker. De kantonrechter heeft veel geloof gehecht aan de verklaring van de betrokkene die is afgelegd tijdens de staandehouding. Bij die staandehouding was zij niet geïnformeerd over het recht op rechtsbijstand zoals voortvloeit uit artikel 6 EVRM. Daarbij wordt verwezen naar het arrest van de Hoge Raad van 6 september 2024, over de toepasselijkheid van het recht op rechtsbijstand in boetezaken. Ook in Wahv-zaken dient dit van toepassing te zijn. Daarom moet de afgelegde verklaring van het bewijs worden uitgesloten. Wat dan overblijft is de verklaring van de ambtenaar. Gelet op de stellige ontkenning van de betrokkene, kan niet worden bewezen dat de gedraging is verricht.
Het recht op rechtsbijstand is van toepassing, de Jussila-versoepeling geldt niet, maar zijn er dwingende redenen om het recht te beperken?
De discussie in hoger beroep
In hoger beroep stelt de advocaat-generaal dat de gedraging kan worden vastgesteld zonder gebruik te maken van de verklaring van de betrokkene. Gelet op de rechtsontwikkeling en rechtseenheid verzoekt de advocaat-generaal het hof om wel te oordelen over de vraag of het recht op rechtsbijstand van toepassing is in Wahv-zaken. Volgens de advocaat-generaal is dit niet het geval, onder verwijzing naar de Jussila-versoepeling. Als dat wel het geval is, dan stelt de advocaat-generaal dat het hof moet beoordelen of de procedure als geheel nog eerlijk is ondanks het verzuim.
Oordeel hof: recht op rechtsbijstand in Wahv-zaken?
Het hof overweegt dat het recht op rechtsbijstand bijdraagt aan het voorkomen van gerechtelijke dwalingen en de equality of arms waarborgt. Ook wordt het recht om zichzelf niet te hoeven belasten en de verdedigingsrechten hiermee geëerbiedigd. Schending van dit recht levert een vormverzuim op, met bewijsuitsluiting als gevolg. Dat rechtsgevolg hoeft niet per se te volgen, als het proces als geheel nog als eerlijk kan worden beschouwd ondanks het verzuim.
Met betrekking tot de Jussila-versoepeling overweegt het hof dat het EHRM zich daarover in relatie tot het recht op rechtsbijstand nog niet heeft uitgelaten. De Hoge Raad wel. Ook de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft zich daarover uitgelaten. Het hof moet zich daarom buigen over de vraag welke implicaties deze rechtspraak heeft voor Wahv-zaken.
Allereerst overweegt het hof dat de op te leggen boete een criminal charge is. Daarna overweegt het hof dat het recht op rechtsbijstand zo fundamenteel is, dat de Jussila-versoepeling hier niet geldt. Het hof beoordeelt vervolgens of tot bewijsuitsluiting moet worden overgegaan, waarbij de vraag is of gebruikmaking van de verklaring ertoe zou leiden dat de betrokkene in het geheel geen eerlijk proces meer zou hebben gehad. Daarvoor zijn een aantal omstandigheden van belang.
In de afweging in het geheel overweegt het hof dat zij wel de cautie heeft gekregen, na ontvangst van de beschikking rechtsbijstand heeft ingeschakeld, en de mogelijkheid had om zich te laten horen maar daar geen gebruik van heeft gemaakt. Gelet hierop acht het hof de procedure als geheel eerlijk, ondanks het verzuim. De verklaring over de zonnebrilkoker acht het hof niet aannemelijk. De gedraging kan worden vastgesteld.
Afsluitend: recht op rechtsbijstand bij verzuimboetes?
Interessant aan deze uitspraak is de beboeting van verkeersovertredingen, die administratiefrechtelijk worden afgedaan. Een parallel kan worden getrokken met fiscale verzuimboetes die niet geautomatiseerd worden opgelegd. Het hof oordeelt dat artikel 6 EVRM van toepassing is in Wahv-zaken, maar komt tot de conclusie dat het proces als geheel eerlijk is ondanks het verzuim. Deze uitspraak kan naar analogie worden toegepast bij fiscale verzuimboetes die niet geautomatiseerd worden opgelegd, waarbij de inspecteur de belastingplichtige voorafgaand aan het verhoor moet wijzen op het recht op rechtsbijstand. Dit onderwerp is onderdeel van het onderzoek in mijn proefschrift.
———————————————
[1] Hof Arnhem-Leeuwarden 8 december 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:7787.


